Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:12963

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-11-17
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.15098
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.020 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Georgië veilig land van herkomst. Asielrelaas geloofwaardig geacht, maar ook ten aanzien van eiseres Georgië veilig land van herkomst. Geen verschoonbare reden voor onverwijld laat asiel aanvragen. Geen reden om af te zien van de oplegging dan wel verlagen van de duur van het inreisverbod. Beroep ongegrond en vovo afwijzen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.15098 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam] , eiseres, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder, (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 22 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.15099, op 17 november 2021 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat Georgië in zijn algemeenheid een veilig land van herkomst is. Wel is in geschil of Georgië voor eiseres een veilig land is. Eiseres heeft verteld dat zij problemen had met haar familie en met de politie, welke problemen samenhingen met haar werk in de prostitutie. Verweerder heeft dit relaas geloofwaardig geacht, maar erop gewezen dat eiseres is opgehouden met haar werk in de prostitutie en dat de laatste problemen dateren van 2018, lang voordat zij in Nederland asiel aanvroeg. Eiseres heeft daar onvoldoende tegen ingebracht. Verweerder heeft dan ook terecht bepaald dat eiseres haar vrees voor haar familie en voor de politie niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit verband heeft verweerder ook terecht tegengeworpen dat van eiseres mag worden verwacht dat zij de hulp van de autoriteiten in haar land inroept als daar aanleiding voor is. Dat zij de politie niet vertrouwt omdat zij eerder door hen is verkracht en mishandeld, is niet voldoende om die hulp niet in te roepen. Daarbij wordt in overweging genomen dat deze gebeurtenissen – hoe treurig ook – plaatsvonden toen eiseres nog prostitué was. De steunverklaringen van twee vriendinnen van eiseres werpen geen ander licht op deze beoordeling, omdat daarin het relaas van eiseres over de gebeurtenissen in het verleden, dat niet in geschil is, wordt bevestigd. 2. De beroepsgrond dat Georgië geen veilig land van herkomst voor eiseres is, treft dan ook geen doel. Dat betekent dat haar asielaanvraag om die reden ook terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond.1 3. Verweerder heeft ook tegengeworpen dat eiseres zich niet onverwijld heeft gemeld voor het indienen van haar asielaanvraag. Vaststaat dat eiseres begin 2020 Nederland is ingereisd en op 8 september 2021 asiel heeft aangevraagd. De stelling van eiseres in beroep dat zij niet alleen een tijd lang ziek is geweest, maar dat zij ook geestelijk niet in orde was, is niet onderbouwd. Bovendien heeft verweerder daarin niet ten onrechte geen reden gezien om de te late melding niet verwijtbaar te achten. Eiseres heeft in de tussenliggende periode immers wel illegaal gewerkt in Nederland. Ook om die reden is de asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.2 Ook de daartegen gerichte beroepsgrond treft geen doel. 4. Eiseres heeft aangevochten dat haar een inreisverbod is opgelegd. Ter zitting is nader toegelicht dat het vooral gaat over de duur ervan (twee jaar). Eiseres heeft aangevoerd dat zij bescherming heeft willen vragen op basis van haar geloofwaardig geachte asielrelaas. Nu de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen, was verweerder bevoegd om een inreisverbod op te leggen.3 In de door eiseres aangevoerde omstandigheden heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om van het opleggen van een inreisverbod af te zien, dan wel de duur ervan te verminderen.4 Ook deze beroepsgrond faalt. 5. Het beroep is ongegrond. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2021 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . 1 Met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). 2 Met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. 3 Op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, gelezen in samenhang met artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. 4 Op grond van artikel 66a, achtste lid, van de Vw. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...