ECLI:NL:RBDHA:2021:11308
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2021-07-05
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel / LHBTI / De rechtbank is van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht /
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9350 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres [V-Nummer] (gemachtigde: mr. G.W. Mettendaf), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.G. van den Berg). Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek op de zitting van de enkelvoudige kamer (hierna: de rechtbank) heeft plaatsgevonden op 5 juli 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen, K.A. Mensah. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank stelt voorop dat de rechtbank het soort zaken zoals dat van eiseres alleen terughoudend kan toetsen. Verweerder beoordeelt de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres en de rechtbank beoordeelt vervolgens of verweerder deze beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd heeft opgeschreven. De rechtbank moet bij die beoordeling met name kijken naar wat in de dossierstukken staat vermeld. 2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank legt dit hierna uit. 3. Verweerder heeft in de gehoren voldoende doorgevraagd en open vragen aan eiseres gesteld. Uit de rapporten van de gehoren blijkt dat eiseres goed in staat was te verklaren en dat zij voldoende in de gelegenheid is gesteld om alles naar voren te brengen wat van belang was. Uit die rapporten blijkt ook dat eiseres, als zij een vraag niet begreep, aan de gehoormedewerker de vraag stelde ‘Wat bedoelt u?’ en dat verweerder die vraag dan vervolgens aan eiseres uitlegde of anders formuleerde. Daarnaast blijkt uit de besluitvorming dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de culturele aspecten toegespitst op de zaak en de persoon van eiseres. Verweerder heeft in het voornemen een duidelijk referentiekader van eiseres omschreven om te bepalen wat van haar kan worden verwacht bij het vertellen van haar asielrelaas. Zo heeft verweerder rekening gehouden met de opleiding van eiseres, met haar baan als zelfstandig ondernemer in de hoofdstad (Kampala) van Uganda en met haar leeftijd. Verweerder heeft op basis daarvan van eiseres mogen verwachten dat zij uitgebreider en diepgaander over haar ervaringen en gevoelens had verklaard dan zij heeft gedaan. Verweerder heeft op goede gronden gesteld dat eiseres daarover summier en oppervlakkig heeft verklaard. 4. Het beroep van eiseres op het rapport van Bureau Kleurkracht van 13 juni 2016 leidt niet tot een ander oordeel. Over de weging van het rapport van Bureau Kleurkracht is recente vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State . Daaruit volgt – kort gezegd – dat verweerder naar dat rapport moet kijken maar dat het op de weg van de asielzoeker ligt om goed te duiden wat de asielzoeker vanwege een cultuurverschil niet heeft kunnen verklaren of welke verklaring om welke reden anders moet worden geduid. Dit heeft eiseres in haar gronden van beroep onvoldoende gedaan. Eiseres heeft alleen in zijn algemeenheid verwezen naar enkele passages uit het rapport en dat is niet voldoende. Eiseres heeft namelijk met de verwijzing naar enkele zinnen uit dat rapport onvoldoende nader inzichtelijk gemaakt dat zij vanwege een cultuurverschil verkeerd zou zijn begrepen of geduid. Op de zitting heeft de rechtbank eiseres en haar gemachtigde daarom gevraagd om concreet te duiden wat eiseres in het licht van het rapport anders zou hebben verklaard. Dit hebben eiseres en haar gemachtigde ook op zitting onvoldoende kunnen duiden. Ook het rapport van LGBT Asylum Support dat eiseres op 4 juli 2021 heeft ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. Dat rapport geeft slechts een andere duiding van de verklaringen van eiseres maar dat is niet voldoende. 5. Verder heeft de rechtbank eiseres op de zitting nader uitgelegd waarom verweerder haar asielrelaas ongeloofwaardig heeft kunnen achten. Verweerder heeft eiseres kunnen tegenwerpen dat zij summier heeft verklaard over [vriendin] en de gevoelens die zij voor haar zou hebben gehad. Eiseres heeft verklaard dat zij al veel eerder bevriend was met [vriendin] voordat zij gevoelens voor haar kreeg. Die gevoelens kunnen veranderen maar dan mag verweerder wel van eiseres verwachten dat zij meer kan verklaren over de momenten waarop haar gevoelens voor [vriendin] begonnen te ontluiken. Verder heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseres met haar verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven over de manier waarop haar gevoelens voor vrouwen zich na haar veertiende verder hebben ontwikkeld. Zij heeft namelijk alleen verklaard dat zij in de war was en dat zij doorging met bidden in de hoop dat de lesbische gevoelens zouden verdwijnen. Het is aan eiseres om het bewustwordings- en ontdekkingsproces van haar gestelde gevoelens voor vrouwen aannemelijk te maken met haar verklaringen en daarin is eiseres niet geslaagd. Bovendien heeft verweerder terecht gesteld dat eiseres onvoldoende concreet en summier heeft verklaard over haar gestelde relatie met [ex-vriendin] . Nu eiseres heeft verklaard achttien jaar een relatie te hebben gehad met [ex-vriendin] , mag verweerder van haar verwachten dat zij meer kan verklaren over [ex-vriendin] en over de relatie die zij met haar heeft gehad. Tot slot heeft verweerder de problemen die eiseres stelt te hebben gekregen als gevolg van haar lesbische geaardheid ongeloofwaardig kunnen achten. Dit standpunt heeft verweerder voldoende gemotiveerd ingenomen in het bestreden besluit. 6. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2021 door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S.H.M. Hussien, griffier. Mr. A.K. MirekuR.S.H.M. Hussien Rechter Griffier Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan, voor zover daarbij is beslist op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2021:121 en ECLI:NL:RVS:2020:341.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...