Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:6093

Instantie
Raad van State
Datum
2025-12-18
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.25.002173
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.436 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 29 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 29 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

05Kern

Materiële kern

BRS.25.002173 en BRS.25.002175 ECLI:NL:RVS:2025:6093 Datum uitspraak: 18 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 21 november 2025 in zaak nr. NL24.15301 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 29 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 29 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant voert in zijn eerste drie hogerberoepsgronden nieuwe argumenten aan, waar de rechtbank niet over heeft kunnen oordelen. Dat is in strijd met de regels voor hoger beroep in vreemdelingenzaken. In zijn laatste hogerberoepsgrond herhaalt appellant alleen wat hij in beroep al heeft aangevoerd. Ook dat voldoet niet aan de eisen van de Vw 2000. Daarom kan de voorzieningenrechter van de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II.        wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Van Trappen griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025 985

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...