ECLI:NL:RVS:2025:450
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2025-02-06
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 6 augustus 2024, nader gemotiveerd bij brief van 10 november 2024, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Materiële kern
202500339/2/V1. Datum uitspraak: 6 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 20 december 2024 in zaak nr. NL24.34268 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 6 augustus 2024, nader gemotiveerd bij brief van 10 november 2024, heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 20 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd wat betreft de in de aanhef van het besluit vermelde geboortedatum van de vreemdeling, deze geboortedatum vastgesteld op 27 juni 2006 en bepaald dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit aan de vreemdeling uitreikt, waarin deze geboortedatum is vermeld. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 20 december 2024 in zaak nr. NL24.34268, totdat de Afdeling op het door de minister van Asiel en Migratie ingestelde hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Lange voorzieningenrechter w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2025 392
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...