Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:4490

Instantie
Raad van State
Datum
2025-09-22
Procedure
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202407317/1/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.953 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

05Kern

Materiële kern

202407317/1/V1. Datum uitspraak: 22 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 2 december 2024 in zaak nr. NL23.28666 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop a Bij uitspraak van 2 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.M.L.L. Bijloos, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 24 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1788, onder 4.2 tot en met 4.5, over de situatie in Italië voor personen aan wie internationale bescherming is verleend). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. 2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. w.g. Den Heyer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Zwemstra griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025 91-1060

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...