ECLI:NL:RVS:2025:3807
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2025-08-13
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Materiële kern
202406784/1/V3. Datum uitspraak: 13 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 november 2024 in zaak nr. NL24.31978 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.A. Blaas, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven. Overwegingen 1. De door appellant in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7. De overwegingen in die uitspraak zijn hier van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat de grief slaagt. 2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 13 augustus 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 november 2024 in zaak nr. NL24.31978; III. verklaart het beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van 13 augustus 2024, V-[...]; V. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025 981
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...