Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:2788

Instantie
Raad van State
Datum
2025-06-25
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.25.000710
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.748 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

05Kern

Materiële kern

BRS.25.000710 ECLI:NL:RVS:2025:2788 Datum uitspraak: 25 juni 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant A], [appellant B] en [appellant C], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 5 juni 2025 in zaken nrs. NL25.13463 en NL25.13465 in het geding tussen: [appellant A], [appellant B] en [appellant C] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellanten leggen namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hen niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Graat griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025 915-1163

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...