Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:2492

Instantie
Raad van State
Datum
2025-06-03
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202502742/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.255 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 21 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

05Kern

Materiële kern

202502742/1/V2. Datum uitspraak: 3 juni 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 mei 2025 in zaak nr. NL25.13470 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 21 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant heeft namelijk alleen zijn beroepsgronden overgelegd toen hij de uitspraak van de rechtbank nog niet had ontvangen en hij de voorzieningenrechter van de Afdeling met spoed om een voorlopige voorziening verzocht om zijn overdracht aan Frankrijk de volgende dag te voorkomen. Op dat verzoek is nog voor de overdracht beslist. Het betoog van appellant dat het hem onmogelijk is gemaakt om inhoudelijke grieven te formuleren, volgt de Afdeling niet. Nadat appellant de uitspraak van de rechtbank had ontvangen, had hij alsnog de mogelijkheid om binnen een week na verzending van die uitspraak grieven in te dienen. Dat heeft hij niet gedaan. Appellant legt dus niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Veen griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2025 986

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...