ECLI:NL:RVS:2025:1365
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2025-03-28
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Materiële kern
202501633/2/V2. Datum uitspraak: 28 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 14 maart 2025 in zaak nr. NL23.9964 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister het besluit van 27 maart 2023 gewijzigd en aangevuld. Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister het in het besluit van 27 maart 2023 opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod opgeheven en het besluit van 9 december 2024 ingetrokken. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 27 maart 2023, voor zover dit door het besluit van 17 januari 2025 is gewijzigd, en tegen het besluit van 9 december 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 27 maart 2023, voor zover dit niet is gewijzigd door het besluit van 17 januari 2025, en tegen het besluit van 17 januari 2025 ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. 2. De minister heeft in het besluit van 17 januari 2025 meegedeeld dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij onder de huidige omstandigheden in Jemen een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en dat hij om die reden ook niet zal worden uitgezet naar Jemen. Daarin en in wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. 3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier. w.g. Wissels voorzieningenrechter w.g. Heinen griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2025 984
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...