Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:1332

Instantie
Raad van State
Datum
2025-03-27
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202407818/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.568 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 23 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat in Kapelle, hoger beroep ingesteld.

05Kern

Materiële kern

202407818/1/V2. Datum uitspraak: 27 maart 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 december 2024 in zaak nr. NL24.37988 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 23 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat in Kapelle, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat herhaaldelijk contact is opgenomen met het kantoor van de gemachtigde van de vreemdeling over het onvolledige hogerberoepschrift en dat, zoals zij eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6794, de afzender in beginsel het risico van verzending bij verzending per fax draagt. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd als verklaring is onvoldoende om van dat uitgangspunt af te wijken. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 1.1.    Voor zover de vreemdeling de bedoeling heeft gehad om door middel van zijn nadere stuk alsnog uit te leggen waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is, gaat de Afdeling daaraan voorbij. Het nadere stuk is namelijk na de termijn voor het instellen van hoger beroep bij de Raad van State binnengekomen (artikel 85, derde lid, van de Vw 2000). 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Lodeweges griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2025 625

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...