Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:5296

Instantie
Raad van State
Datum
2024-12-20
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202202989/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.097 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202202989/1/V2. Datum uitspraak: 20 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 april 2022 in zaak nr. NL20.20212 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M.J. van Zantvoort, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag alsnog ingewilligd. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.       De vreemdeling komt uit Soedan. De rechtbank heeft het besluit van de minister van 29 oktober 2020, waarbij hij de asielaanvraag van de vreemdeling heeft afgewezen, vernietigd. De minister heeft bij besluit van 22 februari 2023 de asielaanvraag alsnog ingewilligd. De vreemdeling heeft de Afdeling desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep niet intrekt wegens de eerste grief over de vastgestelde geboortedatum. Omdat de asielaanvraag van de vreemdeling is ingewilligd, behoeven de grieven over het asielrelaas en de veiligheidssituatie in Soedan geen bespreking. Het hoger beroep gaat daarom alleen nog over de eerste grief. 2.       In de uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, onder 6.9, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat. Hoewel de vreemdeling terecht klaagt dat de minister dit in zijn zaak wel heeft gedaan, leidt de grief niet tot het beoogde doel. Afgezien van de verwijzing naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel, heeft de minister de beoordeling van de leeftijd namelijk verricht in overeenstemming met het beoordelingskader dat de Afdeling in de hiervoor vermelde uitspraak. onder 7 tot en met 7.3, uiteen heeft gezet. Dat betekent dat de minister de vreemdeling terecht als meerderjarige heeft aangemerkt. De grief faalt. 3.       Het hoger beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. Zwinkels griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024 309-1003

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...