ECLI:NL:RVS:2024:5051
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2024-12-06
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluiten van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Materiële kern
202407304/2/V3. Datum uitspraak: 6 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 4 december 2024 in zaken nrs. NL24.38615 en NL24.38617 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 3 oktober 2024 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 4 december 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdelingen hebben een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben op 4 december 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van diezelfde datum en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hun voorgenomen overdracht op 9 december 2024 om 09.20 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. 2. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht van de vreemdelingen op 9 december 2024 achterwege blijft; II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier. w.g. Den Heyer voorzieningenrechter w.g. Van Trappen griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 december 2024 985
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...