ECLI:NL:RVS:2024:4467
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2024-11-06
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
Materiële kern
202406294/2/V2. Datum uitspraak: 6 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 4 oktober 2024 in zaak nr. NL22.25858 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank heeft de staatssecretaris desgevraagd in de gelegenheid gesteld een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij aanvullend besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 16 december 2022 nader gemotiveerd. Bij uitspraak van 4 oktober 2024 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het besluit van 16 december 2022, aangevuld bij besluit van 20 juni 2024, gegrond verklaard, die besluiten en een eerder opgelegd terugkeerbesluit van 1 augustus 2014 vernietigd, de minister opgedragen de door de vreemdeling gevraagde verblijfsvergunning aan hem te verlenen en de registratie van het terugkeerbesluit en het inreisverbod in het Schengen Informatiesysteem te verwijderen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die naar voren zijn gebracht, treft hij een voorlopige voorziening. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Van Kesteren griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2024 897
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...