Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:4247

Instantie
Raad van State
Datum
2024-10-23
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202306577/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.050 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de staatssecretaris het bezwaarschrift gericht tegen het besluit op grond van artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 van 5 juni 2023 ongegrond verklaard.

05Kern

Materiële kern

202306577/1/V2. Datum uitspraak: 23 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 17 oktober 2023 in zaak nr. NL23.22431 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de staatssecretaris het bezwaarschrift gericht tegen het besluit op grond van artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 van 5 juni 2023 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Menick, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.       De minister heeft de Afdeling laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep. 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier. w.g. De Poorter lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Kesteren griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2024 984

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...