Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:3542

Instantie
Raad van State
Datum
2024-08-30
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202404909/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.757 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202404909/2/V3. Datum uitspraak: 30 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 juli 2024 in zaak nr. NL23.35396 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 26 januari 2024 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij brief van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 3 november 2023 aangevuld. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het besluit van 3 november 2023, aangevuld bij brief van 13 maart 2024, gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2.       De beoordeling van de grieven vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen 3.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. Verheij voorzieningenrechter w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024 18-1102

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...