Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:344

Instantie
Raad van State
Datum
2024-01-31
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202307959/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.689 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 13 november 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202307959/1/V2. Datum uitspraak: 31 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 december 2023 in zaak nr. NL23.35760 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 13 november 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.O. Wattilete, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       De Afdeling heeft de in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over de termijn voor het doen van een verzoek tot terugname in de zin van artikel 23, tweede lid, van de Dublinverordening beantwoord in haar uitspraak van 12 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:84. De overwegingen in die uitspraak zijn ook hier van toepassing. Hieruit vloeit voort dat in dit geval het terugnameverzoek tijdig binnen de in artikel 23, tweede lid, van de Dublinverordening genoemde termijnen is verzonden. De staatssecretaris heeft namelijk de Franse autoriteiten op 7 augustus 2023, dus binnen twee maanden na de Eurodac-treffer van 10 juni 2023 en binnen drie maanden na de asielaanvraag van 31 mei 2023, verzocht de vreemdeling terug te nemen. De grief slaagt. 2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 december 2023 in zaak nr. NL23.35760; III.      verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier. w.g. De Poorter lid van de enkelvoudige kamer w.g. Lodeweges griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2024 625

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...