Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:3433

Instantie
Raad van State
Datum
2024-08-22
Procedure
Herziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202404047/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.486 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd niet heeft laten weten dat zij nog contact met hem heeft. De vreemdeling wil herziening van deze uitspraak. Hij voert daarvoor aan dat hij op 1 februari 2024 een brief aan de Afdeling heeft verzonden waarin hij heeft vermeld dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij met onbekende bestemming is vertrokken.

05Kern

Materiële kern

202404047/1/V3. Datum uitspraak: 22 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2024 in zaak nr. 202306240/1/V3, ECLI:NL:RVS:2024:2627. Procesverloop Bij brief van 1 juli 2024 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om de hiervoor genoemde uitspraak van 27 juni 2024 te herzien. Overwegingen 1.       De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten en omstandigheden niet aangevoerd. 2.       De Afdeling heeft het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd niet heeft laten weten dat zij nog contact met hem heeft. De vreemdeling wil herziening van deze uitspraak. Hij voert daarvoor aan dat hij op 1 februari 2024 een brief aan de Afdeling heeft verzonden waarin hij heeft vermeld dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. Deze brief heeft hij bij zijn verzoek gevoegd. De Afdeling stelt vast dat hij die brief naar het telefoonnummer van de Afdeling heeft gefaxt in plaats van naar het faxnummer. Daardoor heeft de Afdeling die brief niet ontvangen en heeft zij die brief niet kunnen betrekken bij haar oordeelsvorming over het hoger beroep. Dat de vreemdeling ten tijde van het versturen van de brief op 1 februari 2024 en dus ook voordat de Afdeling op 27 juni 2024 uitspraak deed al bekend was of redelijkerwijs bekend had moeten zijn met het faxnummer, blijkt uit de omstandigheid dat hij het herzieningsverzoek en ook het hogerberoepschrift van zaak nr. 202306240/1/V3 op 4 oktober 2023 wel naar het juiste nummer heeft gefaxt. Om die reden voldoet het herzieningsverzoek niet aan artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. 3.       De Afdeling wijst het verzoek daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Wissels lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2024 347-985

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...