Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:27

Instantie
Raad van State
Datum
2024-01-08
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202306980/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.542 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202306980/1/V3. Datum uitspraak: 8 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 november 2023 in zaak nr. NL23.30353 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 21 september 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Erik, advocaat te Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       De Afdeling heeft de in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië, beantwoord in haar uitspraak van 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4844. De overwegingen in die uitspraak zijn ook hier van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de grief slaagt. 2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist. 3.       De vreemdeling heeft betoogd dat de staatssecretaris ten onrechte heeft nagelaten om bij de vraag of hij toepassing moet geven aan zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van de Dublinverordening, in onderlinge samenhang te betrekken dat de vreemdeling gevlucht is uit Syrië en in Roemenië te maken heeft gehad met een onmenselijke behandeling, waarvoor hij bovendien opnieuw vreest na overdracht. Deze beroepsgrond faalt. De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De vreemdeling heeft zijn verklaringen over wat hem eerder in Roemenië zou zijn overkomen namelijk niet onderbouwd. Daardoor is niet gebleken dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Roemenië van onevenredige hardheid getuigt. Daarnaast volgt uit de onder 1 genoemde uitspraak dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de vreemdeling bij overdracht aan Roemenië een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. 4.       Het beroep is ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 november 2023 in zaak nr. NL23.30353; III.      verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Verburg lid van de enkelvoudige kamer w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2024 962

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...