Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:1675

Instantie
Raad van State
Datum
2024-04-22
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202304613/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.178 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd met ingang van 22 januari 2020. Bij besluiten van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de besluiten van 28 februari 2023 ingetrokken en de aanvragen van de vreemdelingen ingewilligd met ingang van 23 december 2019.

05Kern

Materiële kern

202304613/1/V2. Datum uitspraak: 22 april 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 juli 2023 in zaken nrs. NL23.9364 en NL23.9365 in het geding tussen: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluiten van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd met ingang van 22 januari 2020. Bij besluiten van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris de besluiten van 28 februari 2023 ingetrokken en de aanvragen van de vreemdelingen ingewilligd met ingang van 23 december 2019. Bij uitspraak van 7 juli 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, bepaald dat aan de vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van 3 oktober 2018 en dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. Y.E. Verkouter, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 4 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:881, onder 4.6, en 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1248, onder 4.1, over de eis om een nieuwe asielaanvraag in te dienen, nadat Nederland in het kader van de Dublinverordening verantwoordelijk is geworden voor een al ingediende asielaanvraag). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. 3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        bevestigt de aangevallen uitspraak; II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier. w.g. Essenburg lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Sluis griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2024 802-1108

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...