ECLI:NL:RBDHA:2026:1990
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-02-05
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Beroep tegen het buiten behandeling laten van een asielaanvraag – MOB – met onbekende bestemming vertrokken – procesbelang – geen reactie van de gemachtigde van eiser – het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.48103 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.E. Visscher), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers opvolgende asielaanvraag van 17 september 2025 buiten behandeling gelaten op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 20 november 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 21 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 20 november 2025 heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiser gevraagd kenbaar te maken of zij nog contact heeft met eiser. Omdat niet is gereageerd op dit bericht, heeft de rechtbank op 1 december 2025 een rappel verzonden. Ook hier is niet op gereageerd. 2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit. 3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...