ECLI:NL:RBDHA:2025:3033
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-02-26
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
afwijzing asielaanvraag, MOB-melding, geen contact meer, geen procesbelang meer, beroep niet-ontvankelijk.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL24.34780 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2025 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en de minister van Asiel en Migratie. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond. 1.1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Beoordeling door de rechtbank 2. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Heeft eiser nog procesbelang? 3. De minister heeft in het bericht van 11 november 2024 aan de rechtbank laten weten dat eiser op 9 november 2024 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). De rechtbank heeft op zowel op 12 november 2024 als op 6 december 2024 aan de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eiser. De gemachtigde van eiser heeft op zowel 5 december 2024 als op 17 december 2024 laten weten dat het hem niet is gelukt om eiser recent te bereiken en dat hij niet weet waar eiser momenteel verblijft. 4. De omstandigheid dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 echter overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag vanuit gegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure. 5. Gelet op bovengenoemde rechtspraak en het feit dat de gemachtigde heeft aangegeven dat hij na de MOB-melding geen contact meer onderhoudt met eiser over de procedure, neemt de rechtbank aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Voors, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...