ECLI:NL:RBDHA:2025:26813
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-09-05
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
asiel. beroep ongegrond. nationaliteit en herkomst geloofwaardig. identiteit ongeloofwaardig. problemen ongeloofwaardig. verweerder voldoende rekening gehouden met medisch advies.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.34293 en NL25.34294 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. B. Temeltasch), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.T.M. Hoppema). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. 1.1. Eiser heeft op 7 juli 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, mevr. C. Boelens-Karki als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser heeft de Nepalese nationaliteit en stelt geboren te zijn op [geboortedatum] 1998. Eiser heeft verklaard dat hij actief was voor de Nepali Congres partij. Begin 2025 is eiser van politieke partij gewisseld en is hij betrokken geraakt bij de Koningsgezinde beweging. De wijkvoorzitter uit het dorp van eiser behoort tot de Nepali Congres partij en was het hier niet mee eens. Eiser is door de wijkvoorzitter met de dood bedreigd. Eiser heeft deelgenomen aan demonstraties voor de Koningsgezinde beweging en is daarna thuis opgezocht door partijleden. Eiser is in april 2025 meermaals bijna aangereden door een vrachtwagen. Eiser vreest voor zijn leven bij een terugkeer naar Nepal. 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en problemen met de wijkvoorzitter en leden die behoren tot de Nepali Congres partij vanwege eisers partijwisseling naar de Koningsgezinde beweging. 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder acht eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig maar de identiteit van eiser niet. Het tweede asielmotief vindt verweerder ongeloofwaardig. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft volgens verweerder niet samenhangend en aannemelijk verklaard. Dat eiser uit Nepal komt is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Nepal een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteitskaart- of reisdocument, die ertoe kon bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Verweerder heeft het medisch advies onvoldoende meegewogen bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas van eiser. Verweerder had moeten onderzoeken in hoeverre de medische problematiek van eiser gevolgen heeft gehad op tegenstrijdigheden en vaagheden in zijn verklaringen. Eiser heeft consistent verklaard over de kern van zijn asielrelaas. Ten onrechte wordt aan eiser verweten dat hij onvoldoende details en niet voldoende specifieke incidenten heeft genoemd. Verweerder gaat hier immers voorbij aan het feit dat niet altijd wordt verwacht van vreemdelingen dat zij exacte data, namen of details paraat hebben, bovenal niet wanneer er sprake is van traumatische ervaringen en medische beperkingen. Verder heeft verweerder nagelaten om de verklaringen te beoordelen in samenhang met actuele landeninformatie. Eiser stelt dat het standpunt van verweerder dat hij geen geloofwaardige individuele dreiging aannemelijk heeft gemaakt onhoudbaar is. Verweerder erkent slechts summier de mensenrechtensituatie in Nepal en gaat voorbij aan de bevindingen van gezaghebbende rapporten , die bevestigen dat de staat niet in staat of bereid is bescherming te bieden aan burgers die worden bedreigd. Tot slot heeft verweerder ten onrechte de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond waardoor verweerder eiser ten onrechte een vertrektermijn heeft onthouden en hem een inreisverbod heeft opgelegd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Hij doet dat aan de hand van beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom hij tot deze conclusie is gekomen. Medische omstandigheden 6. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het medisch advies. Uit het medisch advies blijkt dat gezien is dat eiser wisselende concentratie heeft, snel kan worden afgeleid en dat hij een spraakgebrek heeft. Hierdoor is het van belang om eenvoudige vraagstelling te gebruiken, de vragen te herhalen of verduidelijken indien nodig en hem meer tijd te geven de vragen te beantwoorden. Verweerder mocht hieruit concluderen dat dit niet betekent dat niet van de verklaringen van eiser uitgegaan mag worden. Niet is gebleken dat er tijdens het gehoor geen rekening is gehouden met het medisch advies. Eiser heeft dit ook niet opgemerkt gedurende het gehoor of correcties & aanvullingen hierover ingediend. Eiser heeft ook niet met stukken onderbouwd dat traumatische ervaringen of medische beperkingen invloed hebben op zijn vermogen te verklaren. Ook heeft hij niet uitgelegd op welke manier de medische omstandigheden die zijn ontstaan door eisers gestelde traumatische ervaringen in Nepal invloed hebben gehad op zijn vermogen om te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet. Geloofwaardigheidsbeoordeling 7. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft gericht tegen de beoordeling van verweerder dat eisers identiteit ongeloofwaardig is. Eiser heeft weliswaar in het algemeen gesteld dat het verkrijgen van officiële bewijsstukken uit Nepal uiterst moeilijk is, maar verweerder heeft daarvan mogen vinden dat ongerijmd is dat eiser bij aanvullende gronden een lidmaatschapskaart en een arrestatiebevel heeft overgelegd. 8. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder vinden dat eisers problemen met de wijkvoorzitter en leden die behoren tot de Nepali Congres partij vanwege zijn wisseling naar de Koningsgezinde beweging ongeloofwaardig zijn. De rechtbank overweegt dat verweerder eiser mocht tegenwerpen dat hij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Wat betreft de beroepsgrond dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het medisch advies, verwijst de rechtbank naar wat zij heeft overwogen in rechtsoverweging 6. Uit het medisch advies blijkt niet dat eiser niet in staat zou zijn om te verklaren over exacte data, namen of details en eiser heeft dit in beroep ook niet met stukken onderbouwd. 8.1. Verweerder heeft ongeloofwaardig mogen vinden dat eiser actief is geweest voor de wijkvoorzitter en/of de Nepali Congres partij. Verweerder heeft eiser namelijk mogen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over zijn deelname aan partijbijeenkomsten. Verweerder mag van eiser verwachten dat hij hierover consequent kan verklaren. Ook heeft verweerder mogen vinden dat eisers summiere verklaringen over de doelen van de Nepali Congres partij afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de gestelde activiteiten. Verweerder mag van eiser verwachten dat hij uitgebreider hierover kan verklaren, omdat eiser stelt dat hij op lokaal niveau actief voor hen is geweest. Daar komt bij dat eiser tegenstrijdig met openbare informatie heeft verklaard over het kunnen verkrijgen van een lidmaatschap voor de Nepali Congres partij. De kopie van de lidmaatschapsverklaring die eiser in de beroepsfase heeft overgelegd, hoeft verweerder niet op andere gedachten te brengen. Eiser heeft immers tijdens het nader gehoor verklaard dat hij geen lidmaatschapskaart heeft en dat hij die niet kon krijgen omdat hij geen partijbijeenkomsten had bezocht. De stelling van eiser ter zitting dat hij heeft verklaard juist wel een lidmaatschapskaart te hebben, hoeft verweerder niet te volgen. Eiser heeft op dit punt namelijk geen correcties en aanvullingen ingediend. 8.2. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder de bedreigingen van de wijkvoorzitter ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Ten eerste mocht verweerder vinden dat op grond van de verklaringen niet ingezien kan worden waarom de wijkvoorzitter eiser iets aan zou willen doen. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij van zodanig belang is voor de Nepali Congres partij dat de wijkvoorzitter eiser iets aan zou willen doen, enkel omdat hij is overgestapt naar een andere beweging. Eiser heeft immers verklaard dat hij geen belangrijke functie of positie heeft gehad binnen de Nepali Congres partij en die nu ook niet heeft binnen de Koningsgezinde beweging. Dat eiser ter zitting heeft gesteld dat het feit dat er een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd aantoont dat hij belangrijk is, leidt er niet toe dat het oordeel van de rechtbank verandert. Verweerder kan immers worden gevolgd in zijn standpunt ter zitting dat niet valt in te zien dat de lokale wijkvoorzitter, door wie eiser zou zijn bedreigd, zoveel moeite zou doen en zoveel invloed op de staat heeft om eiser te laten vervolgen, nu eiser heeft verklaard alleen maar bij mensen in de wijk langs te zijn geweest om hen ervan te overtuigen op de Nepali Congres partij te stemmen. Ook heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over de bedreigingen. Eiser heeft eerst verklaard dat hij 1 tot 2 keer bijna is aangereden door een vrachtwegen, terwijl hij later heeft verklaard dat hij 5 keer bijna is aangereden door een vrachtwagen. Verweerder mag eiser aanrekenen dat hij hierover niet eenduidig heeft verklaard. Volgens eiser zijn deze bijna-aanrijdingen immers de reden waarom hij uit Nepal is gevlucht. Ten tweede heeft verweerder mogen vinden dat eiser summier en wisselend heeft verklaard over het ontstaan van de bedreigingen. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de wijkvoorzitter erachter is gekomen dat eiser heeft deelgenomen aan de demonstraties van de Koningsgezinde beweging. De enkele stelling van eiser dat de wijkvoorzitter dit kon weten omdat hij niet aanwezig was bij de partijbijeenkomst van de Nepali Congres partij mag verweerder onvoldoende uitleg vinden. Tevens mocht verweerder vinden dat de verklaringen van eiser gebaseerd zijn op vermoedens nu eiser niet inzichtelijk heeft kunnen maken waaruit blijkt dat de vrachtwagenchauffeurs door de wijkvoorzitter waren ingehuurd. 9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser onvoldoende aannemelijk en samenhangend heeft verklaard over zijn problemen met de wijkvoorzitter en leden die behoren tot de Nepali Congres partij vanwege zijn wisseling naar de Koningsgezinde beweging. Verweerder hoefde eiser dan ook niet te volgen in zijn standpunt dat de kern van zijn relaas consistent is. Op basis daarvan heeft verweerder de gestelde problemen ongeloofwaardig mogen vinden. Zwaarwegendheid 10. Of eiser een vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is of dat hij een reëel en voorzienbaar risico loopt bij terugkeer naar Nepal dat in strijd is met artikel 3 EVRM, dan wel artikel 4 van het Antifolterverdrag, wordt beoordeeld aan de hand van wat geloofwaardig is bevonden door verweerder. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, heeft verweerder eisers ‘identiteit’ en ‘zijn problemen met de wijkvoorzitter en leden die behoren tot de Nepali Congres partij vanwege eisers partijwisseling naar de Koningsgezinde beweging’ ongeloofwaardig mogen vinden. De rapporten waar eiser in beroep op wijst waaruit zou blijken dat de Nepalese autoriteiten niet in staat zijn om bescherming te bieden aan burgers die worden bedreigd, zijn daarom niet relevant. Kennelijk ongegrond 11. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteits- of reisdocument heeft vernietigd of weggemaakt. Eiser heeft deze tegenwerping in beroep niet bestreden. De rechtbank ziet alleen daarom al geen aanleiding om te oordelen dat verweerder ten onrechte eisers asielaanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Eisers verwijzingen naar de aangevoerde medische context, gestelde consistente kern van het asielrelaas en gestelde steun vanuit internationale rapportages zijn daarom niet relevant. Dat eiser nog bezig is met het verzamelen van aanvullende documenten is geen reden om anders te oordelen. 11.1. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het onzorgvuldig is dat verweerder een inreisverbod heeft uitgevaardigd. Uit artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw blijkt dat verweerder een inreisverbod uitvaardigt indien de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten op grond van artikel 62, tweede lid, van de Vw. Verweerder heeft tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd zonder vertrektermijn. Eiser heeft geen beroepsgronden gericht tegen het terugkeerbesluit. Alleen daarom al kan zijn beroepsgrond tegen het inreisverbod niet slagen. Eisers verwijzing naar artikel 30 van de Vw is niet relevant. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. 13. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 14. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76). Artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d Vw. US State Department Human Rights Report 2023 en 2023 Nepal Human Rights Report (p. 8-12). Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...