Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:24719

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-12-19
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.33916
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.528 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Verzoek om PKV; nieuw besluit op bezwaar, gegrond; intrekking beroep; afwijzing verzoek om PKV, geen sprake van onrechtmatig besluit, maar in beroep alsnog voldoende aanvullende inspanningen verricht en nieuwe documenten overgelegd.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.33916 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen [verzoeker] , v-nummer: [nummer 1], verzoeker namens zijn minderjarige neven: [naam minderjarige neef 1] , v-nummer: [nummer 2] [naam minderjarige neef 2] . v-nummer: [nummer 3] (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. K. Kanters). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de minister van 18 juli 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 21 oktober 2025 een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen waarbij het bezwaar gegrond is verklaard en alsnog de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als verblijfsdoel familie- of gezinslid aan zijn neefjes is verleend. 1.1. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank op 24 november 2025 meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om de proceskosten te vergoeden. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 2.1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 2.2. De minister is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De reden dat de minister op 21 oktober 2025 een nieuw besluit heeft genomen en de aanvraag om een mvv alsnog heeft toegewezen, is niet dat sprake was van een onrechtmatig besluit, maar dat verzoeker in de beroepsfase alsnog voldoende aanvullende inspanningen heeft verricht en nieuwe documenten heeft overgelegd, over de voogdij en toestemming van de biologische vader, die aanleiding hebben gegeven om een mvv te verlenen aan de neefjes van verzoeker. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Habibi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...