Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:22118

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-24
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.44379
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.498 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

PKV-uitspraak. Minister verzet zich niet tegen vergoeding van de proceskosten na intrekking van het besluit en het beroep. PKV-verzoek toegewezen.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.44379 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Ceylan), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Kuster). Procesverloop Verzoeker heeft op 11 november 2024 beroep ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag om afgifte van een (faciliterend) visum waarbij beroep is gedaan op artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het arrest Chavez- Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017 (ECLI:EU:C:2017:354). In het besluit van 8 juli 2025 is de aanvraag van verzoeker alsnog ingewilligd en het besluit betreffende de eerdere afwijzing ingetrokken. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De minister heeft de rechtbank medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding. Overwegingen De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, dan kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de minister tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. De rechtbank veroordeelt de minister daarom in het vergoeden van de door verzoeker gemaakte proceskosten. 3. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door een gemachtigde. Deze gemachtigde heeft proceshandelingen verricht, namelijk het indienen van een beroepschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die de minister aan verzoeker moet vergoeden € 907,- bedragen. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe; en veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 24 juli 2025 Documentcode: [Documentcode] Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...