ECLI:NL:RBDHA:2025:22047
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-11-20
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel. Egyptische. Politieke overtuiging. Risicoprofiel. Lange afwezigheid. Onverwijld melden. Ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.21114 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 30 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is aanwezig [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1990 en heeft de Egyptische nationaliteit. Hij heeft op 16 maart 2023 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij één van de oprichters was van de politieke partij ‘Sterk Egypte’ en ook actief is geweest voor deze partij. De namen van de oprichters, van wie er al een aantal zijn opgepakt, zijn gepubliceerd in een krant genaamd Al Scherouk. Hij vreest bij terugkeer naar Egypte voor vervolging. Verder is in 2018 eisers vader overleden, waarna hij naar Nederland is gekomen om zijn erfenis op te halen. Eiser vreest hij bij terugkeer naar Egypte ook voor handelaren met wie zijn vader heeft samengewerkt, omdat zij hebben geïnvesteerd in zijn bedrijf. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers identiteit, nationaliteit en herkomst nu deze met documenten zijn onderbouwd. De gestelde problemen naar aanleiding van zijn politieke activiteiten zijn echter niet geloofwaardig geacht. Ook de gestelde problemen met handelaren na het overlijden van zijn vader zijn niet geloofwaardig geacht. 3. Eiser voert in beroep aan dat verweerder ten onrechte zijn problemen vanwege zijn politieke activiteiten voor ‘Sterk Egypte’ ongeloofwaardig heeft geacht. Uit onder meer foto’s op Facebook en zijn verklaringen blijkt wat zijn politieke mening is en welke belangrijke functies hij vervulde bij ‘Sterk Egypte’. Hiermee voldoet hij aan het risicoprofiel dat door verweerder in paragraaf C7/12.3.2. van de Vc is opgenomen. Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd op welke openbare bronnen hij zijn overwegingen heeft gebaseerd. Uit het AAB Egypte 2021 blijkt namelijk dat niet enkel leiders en prominente leden met publieke gezichten in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan. Omdat eiser heeft deelgenomen aan betogingen en herkenbaar tot de oppositie behoort, vreest hij bij terugkeer naar Egypte op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Tot slot is verweerder ten onrechte niet ingegaan op eisers verklaringen dat het voor hem onmogelijk is om in de toekomst zijn politieke overtuiging kenbaar te maken in Egypte en hij bij terugkeer het risico loopt om opgepakt te worden vanwege zijn lange afwezigheid. De rechtbank oordeelt als volgt. Problemen vanwege politieke activiteiten 4. Verweerder is met het WBV 2024/12 overgestapt van het groepenbeleid naar risicoprofielen. Met de kwalificatie als risicoprofiel wordt aangegeven dat een bepaald profiel in algemene zin een bepaalde mate van risico kan lopen in een bepaald land. In dit kader krijgt het individualiseringsvereiste meer de nadruk, waarbij de bewijslast om de gestelde vrees aannemelijk te maken eerst bij de vreemdeling ligt. Verweerder beoordeelt of de vreemdeling aan de hand van zijn individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheids-)situatie in het land van herkomst, bij terugkeer een reëel risico loopt. 5. Uit paragraaf C7/12.3.2. van de Vc volgt welke categorieën vreemdelingen door verweerder zijn aangemerkt als risicoprofiel. Dit zijn (online) journalisten, mensenrechtenverdedigers of politieke opposanten/ activisten en LHBTIQ+. 6. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom eiser niet voldoet aan het risicoprofiel van politieke opposanten/activisten. Hiertoe heeft verweerder terecht overwogen dat eiser in het verleden wellicht zijn politieke mening heeft geuit, maar verder niet heeft onderbouwd dat deze uiting als zodanig moet worden aangemerkt dat hij voldoet aan een risicoprofiel. De enkele foto’s op Facebook waarop hij te zien is met een spandoek van de partijleider is daarvoor onvoldoende. Daarnaast heeft eiser niet onderbouwd dat hij behoort tot één van de oprichters en organisatoren van de partij ‘Sterk Egypte’, zoals hij stelt te zijn. Verder acht de rechtbank hierbij van belang dat eiser heeft verklaard dat de partij niet meer bestaat. Verweerder heeft dan ook terecht tegengeworpen dat het onduidelijk is waarom eiser nu nog zou worden vervolgd voor betrokkenheid bij de partij, zeker nu hij heeft nagelaten te onderbouwen dat en waarom de politie bij zijn moeder is langs geweest. Hier komt bij dat eiser heeft verklaard dat hij sinds zijn aankomst op 14 september 2018 in Nederland niet politiek actief is geweest. De opmerking ter zitting dat hij nog altijd in de negatieve aandacht is van de overheid is verder niet onderbouwd. Het is immers aan eiser om zijn asielrelaas te onderbouwen, zodat niet aannemelijk is waarom hij bij terugkeer naar Egypte alsnog zal worden vervolgd. 7. Verder heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer zich alsnog politiek wenst te uiten. Eiser heeft verklaard dat hij voor het laatst heeft deelgenomen aan een demonstratie op 30 juni 2016. Daar komt bij dat reeds hiervoor is overwogen dat de politieke partij ‘Sterk Egypte’ niet meer bestaat en eiser sinds zijn aankomst in Nederland in 2018 niet politiek actief is geweest, zodat niet wordt ingezien waarom eiser bij terugkeer naar Egypte zich alsnog politiek wil uiten. 8. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers gestelde problemen vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn geacht. Vrees vanwege lange afwezigheid 9. Eiser heeft geen zienswijze ingediend en in beroep voor het eerst aangevoerd dat hij bij terugkeer vreest vanwege zijn lange afwezigheid uit Egypte. Verweerder heeft hier in het bestreden besluit dan ook niet op kunnen reageren. Verweerder heeft op zitting voldoende gemotiveerd dat uit openbare landeninformatie niet blijkt dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege zijn lange afwezigheid. Uit het AAB Egypte 2021 blijkt dat activisten, journalisten en andere onderzoekers die terugkeerden vanuit het buitenland en dissidente ideeën hadden geuit, werden gearresteerd bij aankomst in Egypte. Hieruit blijkt niet dat personen die na een lange periode van afwezigheid terugkeren naar Egypte hetzelfde lot wacht. Daarnaast heeft eisers uitreis in 2018 op legale wijze plaatsgevonden. Onverwijld melden 10. Tot slot blijkt uit het dossier dat eiser op 14 september 2018 Nederland is ingereisd. Hij heeft volgens zijn eigen verklaringen acht maanden voor zijn asielaanvraag problemen gekregen en vervolgens pas op 16 maart 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zich niet onverwijld heeft gemeld zonder dat hij daarvoor een gegronde reden had. De stelling van eiser op zitting dat dit niet uitmaakt voor het gevaar dat hij loopt, is onvoldoende voor een ander oordeel. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij wilde nadenken over zijn opties en wellicht met een Nederlandse vrouw wilde trouwen om een vergunning te krijgen. Daarnaast zou een asielvergunning hem ook beperken in zijn bewegingsvrijheid, aldus eiser. Conclusie 11. Gelet op het voorgaande heeft verweerder eisers asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. 12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 20 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Vreemdelingencirculaire 2000. Algemeen Ambtsbericht. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Besluit wijziging Vreemdelingencirculaire 2000. Rapport nader gehoor van 23 april 2025, p. 13 van 18. Rapport nader gehoor van 23 april 2025, p. 12 van 18. Rapport nader gehoor van 23 april 2025, p. 10 van 18. Rapport nader gehoor van 23 april 2025, p. 16 van 18. Rapport nader gehoor van 23 april 2025, p. 17 van 18.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...