Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:21502

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-11-13
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.30888 en NL25.30891
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
7.487 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag, samenhangende zaken, beroep gegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL25.30888 en NL25.30891 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer 1], eiseres [eiser] , V-nummer: [V-nummer 2], eiser hierna tezamen: eisers (gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Eisers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. Overwegingen De rechtbank is van oordeel de beroepen van eisers zijn aan te merken als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het wettelijk kader en de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. Is de beslistermijn overschreden? (X) Ja ( ) Nee Is er een correcte ingebrekestelling en zijn de beroepen meer dan twee weken later ingesteld? (X) Ja ( ) Nee Zijn de beroepen gegrond? ( ) Nee (X) Ja Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? (X) Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is overschreden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvragen te beslissen, maar uiterlijk twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen? (X) Ja ( ) Nee Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? (X) € 100 per dag met een maximum van € 15.000. ( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen? (X) Nee. Eisers zijn de echtgenote respectievelijk zoon van de eiser in de zaak met zaaknummer NL25.30886. Zij hebben op dezelfde datum een asielaanvraag ingediend en ontvangen rechtsbijstand van dezelfde persoon, voor wie de werkzaamheden in deze zaken identiek waren. Zo is op dezelfde datum beroepen tegen het niet tijdig beslissen ingediend en zijn daarin dezelfde ingebrekestelling overgelegd. De zaak met zaaknummer NL25.30886 heeft dan ook samenhang met de zaken van eisers. In de uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank in de zaak met zaaknummer NL25.30886 verweerder veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 453,50. Nu verweerder in een samenhangende zaak al is veroordeeld in de proceskosten, zal de rechtbank verweerder niet veroordelen in de proceskosten van eisers. Beslissing De rechtbank: - verklaart de beroepen gegrond; - draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak besluiten bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak; - bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Deze uitspraak is gedaan op 13 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Bijlage De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is. Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Voor zover de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. Indien de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. Dit is de rechterlijke dwangsom. Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd. De rechtbank legt een hogere rechterlijke dwangsom op als verweerder niet heeft beslist binnen de termijn die de rechtbank heeft bepaald in een eerdere rechterlijke uitspraak. Indien de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet is volgelopen, bepaalt de rechtbank dat verweerder de aan de onderhavige uitspraak verbonden rechterlijke dwangsom verbeurt met ingang van de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. ECLI:NL:RBDHA:2025:20380. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352. Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb. Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...