ECLI:NL:RBDHA:2025:21103
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-08-27
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asielaanvraag besluitmoratorium Syrië beroep niet tijdig niet-ontvankelijk
Materiële kern
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.28627 en NL25.28825 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , eisers V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. M.A. Vegter), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvragen). Overwegingen 1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk? 3. De minister heeft de aanvragen op 11 oktober 2023 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvragen beslissen.3 De minister heeft deze termijn onder toepassing van WBV 2023/3⁴ met negen maanden verlengd. 4. Eisers komen uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb. 3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). 4 Stcrt, 2023, 3235. Bij uitspraak van 16 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1859) heeft deze zittingsplaats van de rechtbank de verlenging rechtmatig bevonden. gold voor Syrië een besluitmoratorium.5 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.6 5. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van vijftien maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.7 De aanvragen van eisers vallen onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium. 6. De minister diende uiterlijk op 11 juli 2025 te beslissen op de aanvragen (11 oktober 2023 + negen maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eisers hebben de minister op 12 juni 2025 in gebreke gesteld en hebben op 27 juni 2025 en 30 juni 2025 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen. Aangezien de beslistermijn nog niet was verstreken, hebben eisers hun ingebrekestellingen en beroepen prematuur ingesteld. De beroepen zijn daarmee kennelijk niet-ontvankelijk. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd? 8. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. 5 Stcrt. 2024, 41538. 6 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië. 7 Vgl. o.m. de uitspraak van de ABRvS van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600, onder 5.3. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 27 augustus 2025 Documentcode: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...