ECLI:NL:RBDHA:2025:20964
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-11-05
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Beroep – asiel – ongegrond – Nigeria – IPOB – politieke overtuiging – vrouwenbesnijdenis – verwestering - geen proceskostenveroordeling.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL23.38734 en NL25.6610 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres en [eiser] , eiserV-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), hierna tezamen: eisers mede namens hun minderjarige kinderen [kind 1] , V-nummer: [V-nummer 3] [kind 2] , V-nummer: [V-nummer 4] [kind 3] , V-nummer: [V-nummer 5] [kind 4] , V-nummer: [V-nummer 6] en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J. van Raak). Procesverloop Bij de besluiten van 4 december 2023 (het bestreden besluit 1) en 5 februari 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Verweerder heeft in de zaak van eiseres op 2 februari 2024 en in de zaak van eiser op 6 oktober 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op verzoek van eisers de beroepen op 9 oktober 2025 gezamenlijk op zitting op zitting behandeld in Breda. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Eisers asielrelazen 1. Eisers stellen respectievelijk op [geboortedag 1] 1989 en op [geboortedag 2] 1987 te zijn geboren en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eisers hebben op 25 februari 2022 een opvolgende asiel aanvraag ingediend. Eisers hebben hieraan ten grondslag gelegd dat hun dochter [kind 3] (hierna: dochter) nog niet is besneden. Bij terugkeer naar Nigeria vrezen eisers voor de gedwongen besnijdenis van zowel eiseres als hun dochter. Daarnaast heeft eiser aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij naar aanleiding van de brandstichting van zijn woning en het overlijden van zijn broer en oom lid is geworden van de Indigenous People of Biafra (IPOB) Nederland. Ook stelt eiser dat hij tussen 2022 en 2024 in Nederland en Brussel deel heeft genomen aan demonstraties en is hij actief op sociale media om jongeren te mobiliseren. Eiser vreest bij terugkeer naar Nigeria voor de Nigeriaanse autoriteiten. Daarnaast hebben eisers naar voren gebracht dat hun kinderen buiten Nederland zijn geboren en bij hun oudste kind een ontwikkelingsachterstand is geconstateerd. De bestreden besluiten 2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. Ook acht verweerder het geloofwaardig dat de dochter van eisers nog niet is besneden. Eisers hebben echter niet aannemelijk gemaakt dat eiseres en de dochter van eisers bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege besnijdenis. De politieke overtuiging van eiser wordt geloofwaardig geacht. Maar dat eiser na het overlijden van zijn broer en oom en de brandstichting van zijn huis lid is geworden van de IPOB Nederland wordt niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft hierover onvoldoende documenten overgelegd zonder hier een goede verklaring voor af te leggen. Verder werpt verweerder aan eiser tegen dat zijn verklaringen over zijn lidmaatschap geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eisers deelname aan twee demonstraties in Den Haag en Brussel in 2022 worden geloofwaardig geacht. Dat geldt echter niet voor de demonstraties in 2023 en 2024, waaraan hij stelt te hebben deelgenomen. Ook heeft eiser niet onderbouwd dat hij actief is op sociale media of dat hij jongeren mobiliseert. Ten aanzien van dit asielmotief overweegt verweerder dat eiser onvoldoende documenten heeft verstrekt en daarvoor geen goede verklaring heeft gegeven. Ook werpt verweerder aan eiser tegen dat zijn verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Over de geloofwaardig geachte asielmotieven is verweerder van oordeel dat de vrees van eisers voor vervolging dan wel voor ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria niet aannemelijk is gemaakt. De beroepsgronden 3. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten en voeren hiertegen het volgende aan. Verweerder is in het bestreden besluit ten onrechte niet ingegaan op een aantal door eiser genoemde punten in de zienswijze. Eiser heeft veel correcties en aanvullingen moeten indienen na het nader gehoor, omdat dit gehoor in het Pidgin Engels is afgenomen. Er was sprake van miscommunicatie. Verweerder heeft een deel van de asielmotieven ten onrechte gedeeltelijk geloofwaardig, dan wel niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft gemotiveerd uitgelegd dat de Nigeriaanse autoriteiten geen bewijzen zullen verstrekken van de door eiser gestelde gebeurtenissen. Hier gaat verweerder ten onrechte aan voorbij. Dat geldt ook voor de later in het geding gebrachte verklaring van [naam] die eisers betrokkenheid bij de IPOB bevestigt. In deze brief zijn de contactgegevens van de leider van de IPOB opgenomen. Verweerder heeft hem dus kunnen bellen ter verificatie van eisers lidmaatschap, maar heeft dit nagelaten. Ten onrechte stelt verweerder dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn functie bij de IPOB. Verweerder stelt verder ten onrechte dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft en dat hij niet in de negatieve belangstelling staat van de Nigeriaanse autoriteiten. Verweerder gaat ook ten onrechte voorbij aan het feit dat eiser (in zijn eerdere procedure) en eiseres wel zijn ingegaan op de vrees voor besnijdenis van eiseres en hun dochter. Het eerder opgelegde terugkeerbesluit is ten onrechte gehandhaafd en het inreisverbod is ten onrechte opgelegd. Verweerder had over moeten gaan tot een primaire belangenafweging ingevolge het IVRK. Tot slot heeft eiser ter zitting aangevoerd dat verweerder in dit geval een individueel ambtsbericht had moeten opstellen. 4. Eiseres stelt in haar gronden verder nog dat verweerder ten onrechte geen nader onderzoek heeft verricht naar de vrees van eiseres en haar dochter voor besnijdenis bij terugkeer naar Nigeria. Verder heeft eiseres erop gewezen dat alle kinderen van eisers buiten Nigeria zijn geboren en naar westerse maatstaven worden opgevoed. Zij zullen in Nigeria daarom een uitzonderingspositie innemen en verhoogd risico lopen op problemen. Ook is er in Nigeria een gebrek aan ontwikkelingsperspectief. Ten onrechte is door verweerder niet dan wel in onvoldoende mate rekening gehouden met het gezins- en privéleven zoals bedoeld in de artikelen 3 en 8 van het EVRM. Tot slot is aan eiseres ten onrechte een inreisverbod opgelegd. De kinderen van eisers dreigen daarom slachtoffer te worden van inhumane behandeling, omdat zij daardoor ook te maken krijgen met een inreisverbod. Beoordeling rechtbank De tolk tijdens het nader gehoor 5. Eiser is door het gebruik van een tolk in het Pidgin Engels tijdens het nader gehoor niet in zijn belangen geschaad. Eiser heeft tijdens dit gehoor voldoende de gelegenheid gekregen om zo volledig mogelijk te verklaren. Daarbij is door eiser voor dit gehoor zelf verzocht om een tolk in de taal Pidgin Engels. Tijdens het gehoor is door eiser meermaals bevestigd dat hij de tolk goed verstaat. Indien eiser in dit gehoor verkeerd zou zijn begrepen ligt het op zijn weg om zijn verklaringen middels de correcties en aanvullingen te rectificeren. Van deze gelegenheid heeft hij gebruik gemaakt. Niet is gebleken dat deze rectificaties in eisers nadeel zijn meegewogen. Ook heeft op 26 september 2025 nog een aanvullend gehoord plaatsgevonden waarin eiser opnieuw de gelegenheid heeft gehad om verklaringen af te leggen. Dit gehoor is afgenomen in het Igbo, de door eiser gewenste taal. Geloofwaardigheidsbeoordeling 6. Anders dan eiser aanvoert, heeft verweerder niet ten onrechte zijn lidmaatschap van het IPOB ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft daartoe kunnen overwegen dat de door eiser overgelegde stukken niet als onderbouwing dienen voor zijn gestelde lidmaatschap, maar juist afbreuk doen hieraan. Door verweerder is niet vast te stellen dat de door eiser ingestuurde brieven daadwerkelijk afkomstig zijn van de IPOB. Daarnaast bevatten de door Bureau Documenten gecontroleerde documenten met betrekking tot de IPOB discrepanties, wijken de door eiser overgelegde brieven, waarin verklaard wordt dat hij lid is van de IPOB Nederland, van elkaar af en staat in één van de brieven een schrijffout. Dit is ter zitting ook door eiser erkend. Verweerder heeft verder kunnen overwegen dat uit de enkele opmerking in de brief van [naam] dat normaliter een onderzoek wordt ingesteld naar nieuwe IPOB-leden en hun intenties, niet blijkt dat er ook objectief onderzoek naar eiser heeft plaatsgevonden. In dit kader stelt verweerder terecht dat een dergelijk onderzoek naar eiser in de reden zou liggen, omdat hij heeft verklaard in Nigeria banden te hebben gehad met de politieke partij PDP. Ook is voldoende gemotiveerd waarom de door eiser overgelegde contributiebewijzen zijn gestelde lidmaatschap niet onderbouwen. Mede gelet op het bovenstaande heeft verweerder dan ook geen aanleiding hoeven zien om [naam] te contacteren via het in de IPOB-brief opgenomen telefoonnummer om eisers gestelde lidmaatschap te verifiëren. 7. Verder heeft verweerder niet ten onrechte opgemerkt dat de verklaringen van eiser over zijn IPOB lidmaatschap ongerijmd en summier zijn. Eiser heeft verklaard vanwege één incident, namelijk het overlijden van zijn oom en broer, lid te zijn geworden van deze partij. Verweerder heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij tijdens de eerdere asielprocedure heeft aangevoerd lid te zijn geweest van de PDP. Van eiser hadden meer en bovenal concretere verklaringen verwacht mogen worden over een dermate grote verandering in zijn politieke denken. Eiser heeft echter slechts algemeen en vaag verklaard over wat hem zo aansprak in de IPOB. Daarbij zijn overigens zowel de politieke functies van eisers oom en broer, als hun overlijdens door eiser niet nader onderbouwd. Verweerder heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser tijdens het aanvullend gehoor heeft verklaard dat de autoriteiten de moord op demonstranten, waaronder eisers broer en oom, zelf bekend hebben gemaakt. Dat de Nigeriaanse autoriteiten geen bewijzen (uit openbare bronnen) zullen verstrekken aan eiser is verder niet nader onderbouwd en weerspreekt eisers verklaringen. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eisers verklaringen over de woningbrand in het huis van zijn familie gebaseerd zijn op aannames. Verweerder heeft dan ook voldoende gemotiveerd het ongeloofwaardig te vinden dat eiser na het overlijden van zijn broer en oom en de brandstichting van zijn huis lid is geworden van de IPOB. 8. Voor zover eiser stelt dat door verweerder ten onrechte ongeloofwaardig is geacht dat hij behalve in 2022 ook in 2023 en 2024 heeft deelgenomen aan demonstraties en nog altijd actief is op sociale media om jongeren te mobiliseren, heeft hij dit niet nader onderbouwd. Verweerder heeft in dit kader niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat gelet op zijn gestelde lidmaatschap bij de IPOB sinds 2022, van hem verwacht mag worden dat hij meer kan verklaren op dit punt, temeer nu eiser heeft verklaard bereid te zijn om zijn leven te geven voor de IPOB-partij. Dit maakt dat verweerder aan eiser heeft kunnen tegenwerpen dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft dan ook dit asielmotief (deels) ongeloofwaardig kunnen vinden. Aangezien de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw cumulatief gelden, is het bij dit asielmotief niet noodzakelijk de tegengeworpen voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw te bespreken. Politieke overtuiging 9. Hoewel verweerder ter zitting heeft erkend dat het gebruik van de term ‘sterke politieke overtuiging’ in het bestreden besluit onverstandig is, heeft verweerder eisers politieke overtuiging wel aangenomen en getoetst of deze politieke overtuiging leidt tot een gegronde vrees voor vervolging. In dit kader heeft verweerder terecht overwogen dat hier geen sprake van is, omdat eisers politieke activiteiten in Nederland marginaal zijn en niet is gebleken dat eiser tijdens de demonstraties in 2022 zou zijn herkend en geregistreerd. Daarbij is eiser in Nigeria nooit eerder voor de Biafranen opgekomen. Ook heeft verweerder het, zoals eerder vermeld, ongeloofwaardig kunnen achten dat eiser lid is van de IPOB Nederland. Verweerder stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Nigeriaanse autoriteiten wegens zijn politieke overtuiging. Vrouwenbesnijdenis 10. Voor zover eisers zich beroepen op de vrees voor besnijdenis van eiseres en hun dochter, heeft verweerder terecht gesteld dat dit niet nader is geconcretiseerd en onderbouwd. Hiertoe is onder verwijzing naar landeninformatie terecht overwogen dat slechts een minderheid van de meisjes in Nigeria nog besneden wordt en dat de ouders een grote rol spelen bij de preventie hiervan. Eisers zijn beiden nadrukkelijk tegen besnijdenis. Eiseres is zelf nooit besneden en heeft nagelaten om concreet te motiveren waarom zij na al die jaren alsnog een reëel risico zou lopen op vrouwenbesnijdenis. Verweerder heeft daarom terecht overwogen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege vrouwenbesnijdenis. Verwestering en sociaal vangnet 10. Ten aanzien van de door eisers aangedragen verwestering van hun kinderen wordt in het Algemeen Ambtsbericht Nigeria bevestigd dat de enkele terugkeer naar Nigeria vanuit het westen niet tot een reëel risico op ernstige schade dan wel een gegronde vrees voor vervolging zal lijden. Voor zover eisers stellen dat hun kinderen moeite zullen hebben met integreren in Nigeria, heeft verweerder onbestreden gesteld dat de kinderen van eisers via de opvoeding van hun ouders in aanraking zijn gebleven en gekomen met de Nigeriaanse cultuur en taal. Eisers hebben tot aan hun vertrek immers alleen in Nigeria gewoond. Verder hebben eisers niet gesteld en onderbouwd waarom de gestelde moeite met integratie zal leiden tot een reëel risico op ernstige schade. Voor zover eisers zich op een uitzonderingspositie en het gebrek aan ontwikkelingsperspectief beroepen, heeft verweerder terecht gesteld dat dit niet nader is onderbouwd. 12. Eisers worden niet gevolgd in hun standpunt dat zij geen sociaal vangnet hebben. Eiseres heeft in haar gehoor immers uitvoerig verklaard welke familieleden van eisers nog in Nigeria verblijven. Verweerder heeft in dit kader geen aanleiding hoeven zien om te toetsen aan de artikelen 3 en 8 van het EVRM, temeer omdat het gezin gezamenlijk moet terugkeren naar Nigeria. Inreisverbod 13. Naar aanleiding van de in rechte vaststaande terugkeerbesluiten van eisers, heeft verweerder terecht inreisverboden opgelegd. Nu eisers Nederland niet binnen de daarvoor geldende termijn Nederland hebben verlaten, is verweerder op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b, van de Vw gehouden een inreisverbod uit te vaardigen. Verweerder heeft in de door eisers aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven om op grond van het achtste lid van eerdergenoemd artikel af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod dan wel de duur daarvan te verkorten. Voor zover eisers wijzen op het recht op gezinsleven, merkt verweerder terecht op dat het gezin samen naar Nigeria moet terugkeren. Conclusie 14. Verweerder heeft eisers asielaanvragen terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. De beroepen zijn ongegrond. 14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw. Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Eiser verwijst hierbij naar de punten 1 tot en met 3, 11 tot en met 13 en punt 16 van de zienswijze. Verdrag inzake de rechten van het kind. Algemeen Ambtsbericht Nigeria, januari 2023. In de zaken met de kenmerken NL21.3916 en NL21.3933, bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak met het kenmerk: 202102946/1/V1.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...