Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:19329

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-16
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.18659 en NL25.18660
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
10.622 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Colombia. Problemen met criminele groeperingen niet geloofwaardig. Verklaringen zijn niet onderbouwd met objectieve documenten en daarnaast vormen de verklaringen geen samenhangend aan aannemelijk geheel. In beroep vertalingen overgelegd, maar nog steeds geen originele stukken. Daarnaast onduidelijk hoe deze stukken van toepassing zijn op eisers persoonlijke situatie.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL25.18659 (beroep) en NL25.18660 (voorlopige voorziening) V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1992 en van Colombiaanse nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. B. Snoeij), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J. van Dam). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven . Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 20 maart 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het besluit van 21 april 2025 (hierna: het bestreden besluit) deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en ook verzocht om een voorlopige voorziening, ertoe strekkende dat hij niet wordt uitgezet totdat op zijn beroep is beslist. 2.2. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 10 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Achtergrond 3. Eiser is sinds 26 mei 2023 in Nederland . Nadat hij op 19 maart 2025 is aangehouden , heeft hij op 20 maart 2025 asiel aangevraagd. Het asielrelaas 4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft van 2011 tot 2013 in de militaire dienst gezeten. Hij en zijn vrouw hebben problemen ondervonden met de guerrilla vanwege een stuk grond. Hierdoor is hij in Colombia ontheemd geraakt. Verder is hij in 2017 slachtoffer geworden van een schietincident door een bende. Bij een eventuele terugkeer naar het land van herkomst vreest eiser voor zijn leven. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en problemen met criminele groeperingen. 5.1. Verweerder acht het eerste asielmotief geloofwaardig, maar het tweede motief niet. Eiser heeft zijn verklaringen namelijk niet onderbouwd met objectieve documenten. De documenten die eiser bij zijn zienswijze heeft overgelegd, maken dit niet anders, omdat deze stukken in de Spaanse taal zijn opgesteld, er geen vertaling is overgelegd en het daarnaast kopieën betreffen die daardoor niet op echtheid kunnen worden onderzocht. Ook is niet nader toegelicht hoe deze stukken van toepassing zijn op eisers persoonlijke situatie. 5.2. Verder vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo verklaart eiser tegenstrijdig en/of ongerijmd en/of summier over de gestelde ontheemding, de redenen voor het schietincident, de arrestatie en vrijlating van de vermeende schutter, en verbleef hij na het schietincident nog jarenlang in Colombia, wat ongerijmd is met zijn gestelde vrees. Volgens verweerder is het onlogisch dat hij pas na vier jaar diensttijd doelwit werd van de bende. Ook werpt verweerder tegen dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig als mogelijk heeft ingediend, zonder daar een goede verklaring voor te hebben. Tot slot stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Daaraan legt verweerder ten grondslag dat eiser tijdens een eerdere aanhouding op 17 februari 2024 vanwege een winkeldiefstal bewust een andere naam, geboorteplaats en nationaliteit een de politie heeft opgeven. Dit ondermijnt het vertrouwen in de betrouwbaarheid van eisers verklaringen. Verweerder concludeert dat de asielaanvraag daarom als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen. Documenten Het standpunt van eiser 6. Eiser heeft aangevoerd dat de vertalingen van de documenten inmiddels zijn ontvangen en aan verweerder zijn overgelegd. Daarbij gaat het om een aangifte van 12 december 2018 en een brief van bureau slachtofferhulp van 12 oktober 2022, waarin staat dat [naam] op 2 oktober 2002 slachtoffer is geworden van ontheemding. Eiser is nog bezig om de originelen van de in het Spaans gestelde stukken aan te vragen. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangevuld dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door het bestreden besluit te nemen voordat de vertalingen waren overgelegd. Verweerder had deze vertalingen moeten afwachten. De beoordeling door de rechtbank 6.1 De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Het is aan eiser om zijn asielrelaas te onderbouwen. Eiser is sinds 2023 in Nederland en heeft op 20 maart 2023 asiel aangevraagd. Dat betekent dat eiser ruim de tijd heeft gehad om de onderbouwing van zijn asielaanvraag op orde te krijgen. Bovendien heeft eiser niet nader toegelicht hoe de genoemde stukken van toepassing zijn op zijn persoonlijke situatie. 6.2. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser zijn asielrelaas niet volledig heeft onderbouwd. Hoewel eiser in beroep vertalingen heeft overgelegd van de aangifte en de brief van Bureau slachtofferhulp, heeft hij nog steeds geen originelen overhandigd. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat aan deze documenten geen waarde kan worden gehecht, omdat deze niet op echtheid kunnen worden onderzocht. Dat het onmogelijk is om originele stukken te bemachtigen heeft eiser niet gesteld en is ook niet gebleken. Verder is gebleken dat eiser nog steeds niet alle documenten heeft overhandigd die hij stelt te hebben. Zo zouden er ook nog stukken zijn over de gerechtelijke procedure met betrekking tot het ontnemen van grond door de guerrilla en medische documenten over de behandeling van de schotwond van eiser. Verweerder heeft desalniettemin wel naar de inhoud van de aangifte en de brief van bureau slachtofferhulp gekeken. Daarbij heeft verweerder kunnen wijzen op het feit dat de aangifte onvolledig is, waardoor niet duidelijk is wie de aangifte heeft gedaan, en als eiser de aangifte heeft gedaan, deze aangifte is opgesteld op basis van de verklaring van eiser. De brief van Bureau slachtofferhulp ziet niet op eiser zelf, maar op zijn vrouw. Daarnaast was eiser ten tijde van de ontheemding slechts 10 jaar oud en daarom is het niet aannemelijk dat hij toen al een relatie had met zijn vrouw. De beroepsgrond van eiser slaagt niet. Verklaringen Het standpunt van eiser 7. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat hij in staat was (om na het schietincident in 2017) in Colombia te blijven, omdat zijn aanvaller in de gevangenis zat. Nadat deze in 2023 is vrijgelaten, was het voor eiser niet meer veilig in Colombia. Zijn verklaring hierover is dus wel aannemelijk. De beoordeling door de rechtbank 7.1 De rechtbank is van oordeel dat verweerder het niet ten onrechte ongerijmd heeft kunnen achten dat eiser nog zes jaar in Colombia heeft verbleven ondanks zijn gestelde vrees vanwege het schietincident. De rechtbank verwijst daarbij naar hetgeen verweerder heeft opgenomen in het voornemen op pagina 5, onder 2.2.3. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat de nadere toelichting in beroep niet strookt met zijn verklaring dat hij Colombia niet eerder heeft verlaten wegens geldgebrek . Verder is het ongerijmd dat eiser stelt te zijn aangevallen door meerdere mensen van de bende, maar dat eiser vanwege de vrijlating van één lid van de bende (de schutter) zich niet meer veilig voelde toen deze werd vrijgelaten. Eiser heeft in de zes jaar tussen het schietincident en de vrijlating van de schutter geen bedreigingen ontvangen van de bende. De beroepsgrond slaagt niet. 7.2. De rechtbank merkt tot slot op dat de overige tegenwerpingen ten aanzien van de verklaringen van eiser niet zijn betwist door eiser. Deze tegenwerpingen blijven dus staan, waardoor verweerder in zijn algemeenheid heeft kunnen concluderen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Conclusie en gevolgen 8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. 9. Omdat op het beroep is beslist bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen. Beslissing De rechtbank, in de zaak met nummer NL25.18659: - verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter, in de zaak met nummer NL25.18660: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Zie pagina 2 van het proces-verbaal van verhoor politie op 20 maart 2025. Op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 Wet op de identificatieplicht. Met gegevens van de vrouw en kinderen van eiser en de aangifte over de gebeurtenissen die aanleiding zijn voor de asielaanvraag. Zie pagina 6 van het aanmeldgehoor. Pagina 10 van het nader gehoor.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...