ECLI:NL:RBDHA:2025:15981
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-08-25
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Vovo, intrekking en verzoek om PKV, geen tegemoetkoming, verzoek afgewezen.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7024 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder (gemachtigde: mr. D. Meier). Procesverloop Verzoeker heeft op 10 november 2020 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. Verzoeker heeft op 21 april 2022 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verzoeker heeft het verzoek op 2 maart 2023 ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Dit is van overeenkomstige toepassing bij een verzoek om een voorlopige voorziening, gelet op artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb. 2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Uit het verweerschrift blijkt dat verzoeker het bezwaarschrift dat aan het verzoek om een voorlopige voorziening ten grondslag ligt, heeft ingetrokken. De reden hiervoor is dat al een verblijfsvergunning, op andere gronden, is verleend. Niet is gebleken dat het indienen van het verzoek van een voorlopige voorziening aanleiding is geweest voor het alsnog verlenen van een verblijfsvergunning. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten daarom af. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Vreemdelingenwet 2000. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...