Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:13161

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-16
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.13451
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.179 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Mondelinge uitspraak – asielaanvraag – bestreden besluit ingetrokken – beroep tegen niet tijdig beslissen – beroep gegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.13451 proces-verbaal van mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en de minister van Asiel en Migratie , voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Op 1 december 2022 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 17 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Op 14 juli 2025 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken. Eiseres heeft bij bericht van 15 juli 2025 de rechtbank verzocht om het beroep tegen het bestreden besluit om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag en te bepalen dat verweerder binnen acht weken opnieuw dient te beslissen. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn, zonder bericht, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Overwegingen 1. De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken en dat eiseres heeft verzocht om het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag. 2. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk, nu dit besluit is ingetrokken en eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft. 3. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag gegrond. De rechtbank zal het met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit vernietigen, verweerder opdragen om binnen acht weken een besluit op de asielaanvraag bekend te maken en bepalen dat verweerder een dwangsom moet betalen van € 100 voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot het betalen van de vergoeding van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 17 maart 2025 niet- ontvankelijk; - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag gegrond; - vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag; - draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken; - bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...