Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:11768

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-02
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.14037
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.469 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Marokko veilig land van herkomst, problemen niet geloofwaardig, inreisverbod, ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.14037 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank stelt voorop dat de asielaanvraag van eiser is afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd. 2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in 2022 in Zwitserland de Marokkaanse koning heeft beledigd. Daarbij waren mensen aanwezig. Volgens eiser staat dit op een video. Eiser heeft de video echter niet overgelegd. Eiser heeft daarbij niet overtuigend uitgelegd waarom hij die video niet heeft overgelegd. Verweerder heeft dit terecht aan eiser tegengeworpen. De enkele stelling dat eiser destijds de koning heeft beledigd is niet voldoende. Dat eiser in beroep stelt dat zijn verklaringen overtuigend en voldoende zijn volgt de rechtbank niet. Het is aan eiser om zijn verklaringen te onderbouwen en eiser heeft niet overtuigend uitgelegd waarom hij zijn verklaringen niet heeft onderbouwd door het overleggen van de video. De asielaanvraag van eiser is dan ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. 3. Verder is aan eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser voert daartegen aan dat hij verblijfsrecht heeft in Italië. Uit zijn informatie blijkt immers dat zijn verblijfsrecht niet tot 3 september 2021 maar tot 30 december 2022 geldig zou zijn. Daarnaast is zijn identiteitskaart geldig tot 25 augustus 2032. Uit de stukken blijkt echter dat de Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat het verblijfsrecht van eiser in Italië is beëindigd. Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het verblijfsrecht is verlengd. Een nader onderzoek via de liaison, zoals verweerder ter zitting heeft voorgesteld, is ook niet nodig. Het ligt immers op de weg van eiser om te bewijzen dat hij op dit moment een verblijfsrecht in Italië heeft. Dit heeft eiser niet gedaan. Eiser is ook niet ter zitting verschenen om zijn standpunt en de overgelegde stukken nader toe te lichten. De rechtbank volgt ook niet dat het hebben van een identiteitsbewijs dat langer loopt dan het verblijfsrecht een serieuze indicatie is dat het verblijfsrecht van eiser langer duurt. 4. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij zijn twee kinderen in Europa wilt kunnen bezoeken. Door het opleggen van het inreisverbod kan dit niet. De rechtbank stelt voorop dat uit de stukken blijk dat eisers kinderen meerderjarig zijn en in Zwitserland en Italië verblijven. De rechtbank is van oordeel dat bezoek in het land van herkomst kan plaatsvinden. Het staat dan ook niet in de weg van het inreisverbod. Verweerder heeft terecht het inreisverbod aan eiser opgelegd. De gronden die daarop zien treffen geen doel. 5. Het beroep is ongegrond. 6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Zie de kamerbrief van 8 juni 2023 ‘Herbeoordeling veilige landen van herkomst – Georgië, Marokko en Tunesië’.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...