Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:6020

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-04-18
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.472
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.012 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

tweede bnt, inwilliging, intrekking beroep en proceskostenvergoeding.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.472 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A.D. Kupelian), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 4 oktober 2021 opnieuw een asielaanvraag gedaan. Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen. Verzoeker heeft op 1 mei 2023 (NL23.13174) beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Bij uitspraak van 29 juni 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats Middelburg het beroep gegrond verklaard en daarbij een beslistermijn van zestien weken opgelegd. Op 5 januari 2024 heeft verzoeker opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 4 oktober 2021. Bij besluit van 12 januari 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken, omdat verweerder alsnog aan verzoeker tegemoet is gekomen. Daarbij heeft verzoeker aan de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld. 2. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat, een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 4. Verzoeker heeft op 4 oktober 2021 opnieuw een asielaanvraag gedaan. Op 1 mei 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag. Bij uitspraak van 29 juni 2023 heeft de rechtbank en zittingsplaats dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de asielaanvraag bekend te maken. De rechtbank heeft aan deze termijn een rechterlijke dwangsom verbonden van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,-. Verweerder moest gelet op de uitspraak van 29 juni 2023 binnen zestien weken na die datum, dus uiterlijk 18 oktober 2023 een besluit op de asielaanvraag van verzoeker bekend maken. Dit heeft verweerder nagelaten. Op 5 januari 2024 heeft verzoeker opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag en hierna heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd. 5. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen. 6. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent) aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...