Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:3419

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-03-08
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.2180
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.143 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Mondelinge uitspraak – asielaanvraag – eiser is met onbekende bestemming vertrokken – geen procesbelang – beroep niet-ontvankelijk

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.2180 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , eiser V-nummer: [V-nr.] (gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. W. Epema). Procesverloop Bij besluit van 19 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2024 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Eiser is niet verschenen op zitting. Zijn gemachtigde heeft gemeld dat hij sinds 23 februari 2024 geen contact meer heeft met eiser en dat hij heeft begrepen dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Dat is ter zitting bevestigd door verweerder. Het tijdstip van eisers vertrek is 1 maart 2024. 2. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs stelt op internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft geen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep. 3. Het beroep is niet-ontvankelijk. 4. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...