ECLI:NL:RBDHA:2024:23572
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2024-06-27
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Eiseres deed beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag. De staatssecretaris had de asielaanvraag afgewezen omdat de homoseksuele gerichtheid en het incident in de bar niet geloofwaardig waren geacht. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich onvoldoende heeft gemotiveerd op het standpunt gesteld dat ongeloofwaardig is dat de eiser is teruggekeerd naar Oeganda.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL23.33371 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. A.N. Lammers). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Oegandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984. Hij heeft op 12 maart 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 27 september 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 4 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en A.K. Nyaku als tolk. 1.3. Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Wat is het asielrelaas van eiser? 4. Eiser stelt van homoseksuele gerichtheid te zijn. Nadat hij, na een studie in Nederland, terugkeerde naar Oeganda is hij op 28 februari 2022 in een bar opgepakt door de politie. Hij kon ontsnappen en vluchtte terug naar Nederland. Eiser vreest bij terugkeer vanwege zijn homoseksuele gerichtheid gestraft te worden. Hij stelt dat hij wordt gezocht door de politie en de veiligheidsdiensten en dat hij is verstoten door zijn familie. Wat is het standpunt van de staatssecretaris in het bestreden besluit? 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen: - de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; - de homoseksuele gerichtheid van eiser; - het incident in de bar in 2022. 5.1. De staatssecretaris stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De homoseksuele gerichtheid en het incident in de bar vindt de staatssecretaris echter niet geloofwaardig. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. Is voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser? Wat is het betoog van eiser? 6. Eiser betoogt dat niet blijkt op welke wijze de staatssecretaris rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, zoals zijn culturele achtergrond en dat hij verlegen is. Eiser verwijst naar WI 2019/17. Het is voor eiser niet makkelijk in Nederland over zijn seksuele gerichtheid te spreken. Hij verklaart zo goed hij kan, zonder dat sprake is van vage en oppervlakkige verklaringen. Eiser heeft ter onderbouwing van dit betoog een rapport overgelegd van LGBT Asylum Support van 25 maart 2024. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6.1. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 februari 2020 geoordeeld dat de maatregelen die de staatssecretaris bij het inrichten van de asielprocedure heeft genomen om te waarborgen dat rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond van een vreemdeling in algemene zin voldoende zijn om een zorgvuldige en objectieve beoordeling van een asielrelaas te waarborgen. Als een vreemdeling aan de hand van landeninformatie, wetenschappelijke artikelen of een rapport betoogt dat de staatssecretaris zijn verklaringen door een cultuurverschil verkeerd heeft begrepen of geduid, dan moet de staatssecretaris daar wel gemotiveerd op ingaan. In het bestreden besluit is de staatssecretaris ingegaan op hoe met het referentiekader van eiser rekening is gehouden. Vermeld is dat eiser in de zienswijze heeft aangegeven dat hij in Oeganda nooit over zijn gerichtheid heeft gesproken. Verder is door de staatssecretaris verwezen naar wat hierover in het voornemen is opgenomen. In het voornemen heeft de staatssecretaris opgenomen dat rekening wordt gehouden met het referentiekader van eiser, zoals zijn opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur en afkomst. Zo heeft de staatssecretaris rekening gehouden met de omstandigheid dat de positie voor LHBTI in Oeganda niet goed is en dat er een anti-homoseksualiteitswet is aangenomen. De enkele stelling in de zienswijze dat eiser tijdens het gehoor voor het eerst op deze manier over zijn gerichtheid sprak, hoefde voor de staatssecretaris geen aanleiding te zijn uitvoeriger op het referentiekader in te gaan. Eiser betoogde niet dat en waarom daar onvoldoende rekening mee was gehouden. Weliswaar betekent het hoge opleidingsniveau van eiser niet per definitie dat eiser goed moet kunnen verklaren over zijn gerichtheid, uit het rapport van gehoor blijkt niet dat eiser minder goed kon verklaren. Uit de verklaringen van eiser blijkt eerder het tegendeel. Het overgelegde rapport leidt daarom ook niet tot een ander oordeel. Het was bovendien aan eiser in de zienswijze aan te voeren waar de staatssecretaris rekening mee had moeten houden en waarom de staatssecretaris dat onvoldoende heeft gedaan. Deze beroepsgrond slaagt niet. Relevant element 2: de homoseksuele gerichtheid van eiser Heeft eiser het proces van de ontdekking van zijn gerichtheid voldoende inzichtelijk gemaakt? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 7. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser niet overtuigend heeft verklaard over het proces van de ontdekking van zijn gerichtheid. Uit zijn verklaringen volgt volgens de staatssecretaris dat weliswaar sprake was van een periode van acht jaren, maar niet dat sprake was van een geleidelijk proces. Eiser maakte juist grote stappen. Ook heeft eiser oppervlakkige verklaringen afgelegd. Wat is het betoog van eiser? 7.1. Eiser stelt dat hij uitgebreid antwoord heeft gegeven op de vragen. De staatssecretaris vat zes pagina’s van het rapport Nader gehoor samen in drie zinnen en deze samenvatting komt volledig uit de vraag onderdaan pagina 12 en bovenaan pagina 13. Aangezien de hoormedewerker daar niet heeft doorgevraagd mag dit niet aan eiser worden tegengeworpen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 7.2. Eiser heeft tijdens het nader gehoor onder meer verklaard dat hij zich als kind al meer op zijn gemak voelde bij jongens en dat hij zich rond zijn dertiende, veertiende en vijftiende levensjaar besefte dat hij niet alle jongens even leuk vond. Rond zijn zestiende/zeventiende levensjaar kwam eiser erachter dat hij gevoelens had voor jongens. Eiser verklaarde dat hij een jongen, [naam 1], leuk vond en dat dit kwam door kleine dingen. Ze brachten veel tijd door. Eiser voelde zich compleet en had dat nog niet eerder meegemaakt. Hij wist niet dat het een liefdesrelatie was, wel dat het niet normaal was in zijn ogen. Hij was erg in de war. Naar aanleiding van vragen van de hoormedewerker vertelt eiser het een en ander over het proces. 7.3. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser met zijn verklaringen geen geleidelijk proces heeft beschreven en het proces van de ontdekking van zijn gerichtheid onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Weliswaar blijkt uit het rapport van gehoor dat de staatssecretaris wel heeft doorgevraagd, deze vragen hebben ook het gesprek gekaderd en daardoor bepaald waar eiser antwoord op heeft gegeven. Gelet op het referentiekader van eiser, zoals zijn culturele achtergrond, de leeftijd die hij had tijdens het proces van ontdekking, dat hij verlegen is en de omstandigheid dat dit proces al twintig jaar geleden heeft plaatsgevonden, heeft de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd dat meer van eiser verwacht had mogen worden. Deze beroepsgrond slaagt. Heeft eiser voldoende inzicht verschaft in wat het conflict tussen zijn gerichtheid en religie met hem heeft gedaan? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 8. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat het proces van verzet, vanwege het conflict tussen zijn gerichtheid en religie, heeft gedaan met zijn gevoelens. Eiser las de bijbel wel, ging naar de kerk, ging bidden om zich te verzetten tegen zijn gevoelens en probeerde met meisjes te daten, maar ook blijkt dat hij steeds contact zocht met mannen en werd betrapt. Verder vond het contact met [naam 1] deels in de kerk plaats, waarbij de kerk als dekmantel fungeerde. Wat is het betoog van eiser? 8.1. Eiser ziet in dat zijn houding dubbel overkomt, maar dit kwam volgens hem door zijn worsteling. Het gaf hem een dubbel gevoel dat hij contact wilde met mannen, maar dat dit werd afgekeurd door zijn achtergrond. Hij ging naar de kerk als verzet tegen zijn gerichtheid, maar dat werkte niet. Hij wilde zichzelf zijn en kon het gevoel niet laten gaan. In de kerk ontmoette hij [naam 1]. Hij kon daarna de kerk als dekmantel gebruiken, omdat mensen daar geen homoseksuele personen verwachten en ze hem daardoor als een ‘gewoon mens’ zouden zien. Wat is het oordeel van de rechtbank? 8.2. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet voldoende inzicht heeft verschaft in wat het conflict tussen zijn gerichtheid en zijn religie met hem heeft gedaan. De verklaringen van eiser wijzen juist op een worsteling. Hij wilde zich verzetten maar dat lukte hem niet. De rechtbank vindt het ook niet onlogisch dat eiser de kerk dan als een dekmantel gebruikte. Deze beroepsgrond slaagt. Kan de staatssecretaris aan eiser tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over zijn relatie met [naam 2]? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 9. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn relatie met [naam 2]. Zo heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat hij traditioneel is getrouwd met [naam 2] en dat ze nooit officieel uit elkaar zijn gegaan. Tijdens het nader gehoor heeft hij meerdere keren verklaard dat hij niet getrouwd is geweest. Ook heeft hij verklaard dat hij geen relatie heeft gehad met haar. Wat is het betoog van eiser? 9.1. Eiser stelt dat het al dan niet hebben van een relatie met een vrouw niets zegt over zijn gerichtheid. Verder heeft hij steeds verklaard nooit officieel met [naam 2] getrouwd te zijn geweest. Het was eigenlijk zelfs geen traditioneel huwelijk. Hij heeft niet verklaard dat hij geen relatie met [naam 2] heeft gehad, alleen dat ze niet samen leefden. Ze hadden twee jaren een relatie. Wat is het oordeel van de rechtbank? 9.2. Uit de verklaringen van eiser kan inderdaad niet worden afgeleid dat hij heeft verklaard dat hij geen relatie met [naam 2] heeft gehad. Hij heeft slechts verklaard dat ze ‘niet samen waren’. Uit zijn verklaringen blijkt wel dat hij wisselend heeft verklaard over een huwelijk. Aangezien de staatssecretaris echter niet aan eiser heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard en de onduidelijkheid kan zijn ontstaan doordat het niet ging om een officieel huwelijk, maar een traditioneel huwelijk, is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris dit punt niet aan eiser heeft kunnen tegenwerpen. Deze beroepsgrond slaagt. Heeft eiser inzichtelijk gemaakt wat er is gebeurd tijdens het incident, hoe vrienden en de kerk op de hoogte zijn geraakt, wat de gevolgen zijn geweest en wat dit deed met zijn gevoelens? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 10. De staatssecretaris erkent dat eiser antwoord heeft gegeven op de vragen en dat niet is doorgevraagd. De staatssecretaris blijft zich wel op het standpunt stellen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat er is gebeurd tijdens het incident, hoe vrienden en de kerk op de hoogte zijn geraakt, wat de gevolgen zijn geweest en wat dit deed met zijn gevoelens. Eiser heeft het alleen over incidenten in 2002 en 2004, waarbij hij is betrapt en dat zijn ouders door school zijn ingelicht. Wat is het betoog van eiser? 10.1. Omdat de staatssecretaris erkent niet te hebben doorgevraagd op de in het voornemen aangeduide punten, maar toch stelt dat het voornemen in stand blijft, heeft de staatssecretaris het besluit volgens eiser onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Eiser heeft in de zienswijze verklaard dat de school heeft gebeld met zijn ouders en vertelde dat eiser zich ongedisciplineerd had gedragen. De school wilde het verder niet naar buiten brengen. De ouders van eiser hebben het alleen besproken met de oom en tante van eiser. Wat is het oordeel van de rechtbank? 10.2. Aangezien de staatssecretaris heeft erkend niet te hebben doorgevraagd op de in 10 genoemde punten, heeft de staatssecretaris het voor eiser moeilijker gemaakt om tijdens het gehoor uitgebreider te verklaren. Daarbij neemt de rechtbank het referentiekader van eiser in aanmerking, namelijk dat het voor hem mogelijk lastig is uit zich zelf uitvoerig te verklaren over zijn gerichtheid. Weliswaar had eiser de mogelijkheid hierover in de zienswijze nader te verklaren en heeft hij dat ook gedaan, dit is niet te vergelijken met verklaringen die tijdens een gehoor afgelegd kunnen worden en waarop de hoormedewerker kan doorvragen als het niet volledig of onduidelijk is. Deze beroepsgrond slaagt. Heeft de staatssecretaris ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiser jarenlang in Oeganda heeft kunnen wonen, terwijl homoseksualiteit daar ten strengste wordt afgekeurd Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 11. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de school, de kerk, de ouders en vrienden van eiser op de hoogte waren van zijn gerichtheid en eiser toch met rust lieten. Volgens de staatssecretaris is hierbij van belang dat de maatschappij en de overheid homoseksualiteit ten strengste afkeuren, homoseksuele personen slaan en straffen opleggen. Wat is het betoog van eiser? 11.1. Eiser betoogt dat anderen dachten dat zijn homoseksuele gedrag een uitspatting was die wel zou verdwijnen als hij ouder zou worden. Hij gedroeg zich altijd goed en gedisciplineerd. Na het incident op school werd eiser geslagen en voor twee weken van school gestuurd, maar hij was nog jong en beloofde zijn gedrag te veranderen. Hij werd ook voorzichtiger. De school zou eiser beter in de gaten houden en bleef eiser erop aanspreken. Zijn oom dreigde dat eiser niet meer naar huis hoefde te komen als hij het weer zou merken. Eiser werd dus niet met rust gelaten. De broers van eiser waren veel jonger en wisten niet van het voorval. Wat is het oordeel van de rechtbank? 11.2. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat het ongeloofwaardig is dat eiser nog jaren in Oeganda heeft kunnen wonen. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat eiser heeft uitgelegd dat hij niet met rust werd gelaten, zoals de staatssecretaris stelt. Verder is van belang dat eiser nog jong was, waardoor de verklaring van eiser dat anderen dachten dat zijn gedrag wel zou veranderen als hij ouder zou worden, niet onlogisch is. Deze beroepsgrond slaagt. Heeft eiser zijn relatie met [naam 1] inzichtelijk gemaakt? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 12. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser veel heeft verklaard over zijn relatie met [naam 1], maar dat dit wel oppervlakkige verklaringen zijn. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt wat de relatie inhield en waarom eiser hem leuk vond, terwijl hij tijdens de gehoren uitgebreid de gelegenheid heeft gekregen hierover te verklaren. Eiser noemt geen voorbeelden en kan niet toelichten waarom ze in spiritueel opzicht een connectie hadden. Ook kan eiser niet inzichtelijk maken wat het met zijn gevoelens deed dat [naam 1] leider was in de kerk. Wat is het betoog van eiser? 12.1. Eiser betoogt dat je liefde niet kunt bewijzen. Binnen zijn referentiekader verklaart hij over een relatie van twintig jaar geleden toen hij zeventien jaar was. Hij heeft zijn best gedaan te verklaren over zijn heel persoonlijke gevoelens. Eiser kan het karakter en de mindere kanten van [naam 1] omschrijven. De staatssecretaris heeft daarover niet doorgevraagd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 12.2. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser zijn relatie met [naam 1] niet inzichtelijk heeft gemaakt. Weliswaar zijn de verklaringen van eiser over zijn relatie met [naam 1] wat oppervlakkig, de rechtbank vindt van belang dat de staatssecretaris wel heeft erkend dat eiser veel heeft verklaard over deze relatie. Als de staatssecretaris deze verklaringen niet voldoende vond had moeten worden doorgevraagd. Daarbij neemt de rechtbank het referentiekader van eiser in aanmerking, namelijk dat het voor hem mogelijk lastig is uit zich zelf uitvoerig te verklaren over zijn gerichtheid en daardoor over deze relatie. Ook is van belang dat de relatie met [naam 1] lang geleden plaatsvond, namelijk twintig jaren geleden. Deze beroepsgrond slaagt. Heeft eiser zijn relatie met [naam 3] inzichtelijk gemaakt? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 13. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiser slechts karaktereigenschappen van [naam 3] opsomt, zonder de diepte in te gaan en voorbeelden te noemen. Als dit voor eiser lastig zou zijn omdat het over intimiteit zou gaan, had eiser dat bij de hoormedewerker kunnen aangeven. Ook geeft eiser geen duidelijk antwoord als hem gevraagd wordt naar het mooiste moment in zijn relatie. De staatssecretaris vindt daarbij van belang dat eiser al vier jaren met [naam 3] samen is. Wat is het betoog van eiser? 13.1. Eiser stelt dat het antwoord van hem tijdens het nader gehoor op de vraag waarom [naam 3] gepassioneerd is voor de hoormedewerker voldoende lijkt te zijn, aangezien niet om verduidelijking wordt gevraagd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 13.2. De staatssecretaris heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser zijn relatie met [naam 3] niet inzichtelijk heeft gemaakt. Weliswaar geeft eiser een vaag antwoord op de vraag wat het mooiste moment in zijn relatie met [naam 3] is, de staatssecretaris heeft hierover niet doorgevraagd. Ook heeft de staatssecretaris niet doorgevraagd toen eiser tijdens het nader gehoor karaktereigenschappen van [naam 3] noemde. Als de staatssecretaris de antwoorden van eiser niet voldoende had gevonden dan had de staatssecretaris om verduidelijking moeten vragen. Deze beroepsgrond slaagt. Had eiser meer kennis moeten hebben van Oegandese LHBTI-organisaties? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 14. De staatssecretaris vindt het op zijn minst opmerkelijk dat eiser niets kan vertellen over Oegandese LHBTI-organisaties, gelet op zijn referentiekader en omdat hij ruim achttien jaren in Oeganda heeft gewoond. De grootste en belangrijkste organisatie bestaat al sinds 2004. Wat is het betoog van eiser? 14.1. Eiser stelt dat er voor hem geen reden was contact te zoeken met deze instanties. Afgezien van de twee keren dat hij werd betrapt in 2002 en 2004 heeft hij tot het incident in de bar in 2022 geen problemen gehad. Hij probeerde ook zoveel mogelijk uit de problemen te blijven en had een goede baan. Wat is het oordeel van de rechtbank? 14.2. De staatssecretaris heeft zich, gelet op wat eiser heeft aangevoerd, onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser meer kennis had moeten hebben van LHBTI-organisaties in Oeganda. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat de staatssecretaris heeft erkend dat het niet ongeloofwaardig is dat eiser geen contact met die organisaties heeft gezocht omdat hij bang was ze niet te kunnen vertrouwen. Met het standpunt dat het ‘op zijn minst opmerkelijk’ is dat eiser niet meer kennis heeft van die organisaties, heeft de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd dat het ongeloofwaardig is dat eiser die kennis niet heeft. Heeft eiser onvoldoende contact met LHBTI’ers in Nederland en onvoldoende kennis van de Nederlandse situatie? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 15. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat ongeloofwaardig is dat eiser geen tijd had zich te verdiepen in de positie van homoseksuelen in Nederland, aangezien er een periode van acht maanden tussen de aanmelding in Nederland en het nader gehoor zat en eiser al eerder, vanaf september 2019, in Nederland heeft verbleven. De staatssecretaris volgt de verklaring van eiser, dat het niet nodig was zich te verdiepen omdat hij op straat al zag dat het in Nederland geen probleem was, maar vindt deze verklaring wel erg summier. De staatssecretaris vindt van belang dat eiser asiel heeft aangevraagd vanwege zijn homoseksualiteit, informatie kon opzoeken op het internet, hoogopgeleid is, al 21 jaren bekend is met zijn homoseksuele gevoelens en er een groot verschil is tussen Oeganda en Nederland. Dat eiser het een en ander weet over de algemene positie van LHBTI’ers, zegt niet zoveel over zijn eigen gerichtheid. Wat is het betoog van eiser? 15.1. Eiser stelt dat hij de eerste keer in Nederland was voor studie, zodat er toen geen reden was zich te verdiepen in de Nederlandse situatie van LHBTI’ers. Eiser weet wel wat over hun positie en er was geen grote noodzaak zich daar verder in te verdiepen. Eiser is ook een persoon die liever wat op de achtergrond blijft. Wel sprak hij met mensen van de universiteit hierover. Ter onderbouwing legt eiser een brief van de heer [naam 4] van Stichting Rainbow over, waaruit blijkt dat eiser nu wel contact heeft met LHBTI’ers in Nederland en bijeenkomsten bezoekt. Wat is het oordeel van de rechtbank? 15.2. De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser onvoldoende kennis heeft van de situatie van LHBTI’ers in Nederland. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat eiser pas na het uitbrengen van het voornemen contact heeft met Stichting Rainbow. Eiser heeft onvoldoende uitgelegd waarom hij dit niet eerder heeft kunnen doen, nadat hij voor asiel had aangevraagd in Nederland vanwege zijn gerichtheid. De rechtbank is wel van oordeel dat aan het standpunt van de staatssecretaris hierover minder gewicht toekomt dan aan de overige hiervoor besproken onderdelen van het tweede relevante element. Kennis van de Nederlandse situatie voor LHBTI’ers zegt minder over iemands gerichtheid dan die andere punten. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft de staatssecretaris het ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiser is teruggekeerd naar Oeganda? Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 16. De staatssecretaris vindt het ongeloofwaardig dat eiser vrijwillig is teruggekeerd naar Oeganda, terwijl bij meerdere mensen bekend zou zijn dat hij homoseksueel is en hij stelt problemen te hebben gehad en te verwachten. Niet valt in te zien waarom hij dit risico zou nemen. Wat is het betoog van eiser? 16.1. Eiser stelt dat hij sinds de incidenten in 2002 en 2004 zonder problemen in Oeganda heeft geleefd en daarom ook kon terugkeren. Zijn familie was er en hij had een goede baan. Pas na het incident in de bar ontstonden de daadwerkelijke problemen die ten grondslag liggen aan zijn asielaanvraag. Wat is het oordeel van de rechtbank? 16.2. De staatssecretaris heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat ongeloofwaardig is dat eiser is teruggekeerd naar Oeganda. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat eiser de eerste keer voor studie in Nederland was en eiser sinds de voorvallen in 2002 en 2004 geen problemen meer had ondervonden in Oeganda. Pas na zijn terugkeer in Oeganda zou hij weer problemen hebben ondervonden en daarom asiel hebben aangevraagd in Nederland. Deze beroepsgrond slaagt. Relevant element 3: het incident in de bar, de aanleiding daarvoor en de vlucht van eiser Wat is het standpunt van de staatssecretaris? 17. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiser over het incident in de bar, de aanleiding voor dat incident en zijn vlucht ongeloofwaardig zijn. Daarvoor vindt de staatssecretaris van belang dat eiser hierover summiere verklaringen heeft afgelegd, terwijl het een heel ingrijpende gebeurtenis was. Eiser had volgens de staatssecretaris ook achteraf kennis kunnen opdoen, door [naam 3] te raadplegen, die bij het incident aanwezig was. Eiser legt niet uit waarom het voor hem niet mogelijk is ter onderbouwing van zijn verklaringen documenten over te leggen. Verder berust het slechts op vermoedens van eiser dat de politie het specifiek op hem had gemunt en dat de informatie over het incident niet zo snel bij de grenspolitie kon komen, zodat eiser legaal het land kon verlaten. Daarbij vindt de staatssecretaris ook van belang dat een aantal familieleden van eiser hoge functies hebben in de politiek en dat zijn oom vertelde dat zijn familie de politie zou helpen. Wat is het betoog van eiser? 17.1. Eiser stelt dat hij na het incident in de bar meteen wist dat hij niet meer veilig was en dus geen mogelijkheid had informatie of documenten te verzamelen. Hij vreest problemen voor hem, [naam 3] of zijn familie als zij documenten zullen proberen te verzamelen. Zijn familie weet ook niet dat hij in Nederland is. Eiser heeft wel onderbouwd waarom de politie het waarschijnlijk op hem persoonlijk had gemunt, namelijk omdat hij homoseksueel is en recent was teruggekeerd uit Europa. Eiser merkt verder op dat het inderdaad een vermoeden van hem is dat het incident bij de bar en het feit dat eiser wordt gezocht nog niet bij de grenspolitie bekend was toen hij ging uitreizen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 17.2. De staatssecretaris stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiser over het incident in de bar en zijn vlucht ongeloofwaardig zijn. De staatssecretaris heeft daarvoor van belang kunnen vinden dat eiser summiere verklaringen heeft afgelegd over het incident. Zo weet hij onder meer niet waarom hij werd aangehouden en hoe de politie wist dat hij in de bar was. Verder heeft de staatssecretaris van belang kunnen vinden dat het op een vermoeden van eiser berust dat de politie specifiek naar hem op zoek was, aangezien de politie niet alleen eiser, maar nog andere personen heeft aangehouden. Ook heeft de staatssecretaris in aanmerking kunnen nemen dat het op een vermoeden van eiser berust dat de grenspolitie tijdens zijn uitreis nog niet op de hoogte was van zijn vlucht. De rechtbank merkt ten slotte nog op dat het door eiser in beroep overgelegde krantenartikel, dat zou staan in een krant van 5 april 2022, wel wat vragen oproept. Zo staan er foutjes in het artikel en is de keuze voor de foto die erbij is geplaatst niet heel logisch. Verder is een dergelijk artikel gemakkelijk zelf te maken. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 18. De staatssecretaris heeft de aanvraag, gelet op wat is geoordeeld over de gestelde homoseksuele gerichtheid van eiser, ten onrechte afgewezen als ongegrond. Wat verder nog is aangevoerd hoeft niet te worden beoordeeld. Het beroep zal gegrond worden verklaard omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van de Awb . Dit betekent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden voor een vorm van finale geschilbeslechting. 18.1. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. 18.2. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 27 september 2023; - draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; - veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Bruins, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Werkinstructie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2020:341 Paragraaf C7/35.3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 Pagina 18 van het rapport van nader gehoor Pagina 19 van het rapport van Nader gehoor Algemene wet bestuursrecht
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...