Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:23570

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-07-04
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.19090
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
13.836 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres deed beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat eiseres in Kroatië asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank ziet onvoldoende grond in de stelling van eiseres voor het oordeel aldaar geen rechtsgeldige asielaanvraag is gedaan. Daar komt bij dat eiseres op illegale wijze Kroatië is binnengereisd, zodat ook op grond daarvan Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL24.19090 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres, (gemachtigde: mr. A.J. de Boer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. A.N. Lammers). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 1 mei 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. 1.1 De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M. Cheiboukh als tolk, [naam] van Stichting LGBT Asylum Support en de gemachtigde van de staatssecretaris. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank merkt allereerst op dat eiseres ter zitting heeft aangegeven dat zij de voorkeur heeft om als vrouw te worden aangesproken. De rechtbank is ter zitting aan die wens tegemoetgekomen en zal eiseres ook in de uitspraak zo aanduiden. 3. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van het besluit 5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek aanvaard. Het standpunt van eiseres 6. Eiseres voert aan dat zij geen asielverzoek in Kroatië heeft ingediend. De Kroatische autoriteiten hebben haar vingerafdrukken afgenomen zonder daarbij duidelijk te maken dat zij een asielaanvraag zou indienen. Er was geen tolk aanwezig. Omdat eiseres documenten heeft ondertekend zonder dat ze op de hoogte was van de inhoud, heeft ze geen (bewuste) asielaanvraag gedaan. Eiseres voert verder aan dat de staatsecretaris gebruik had moeten maken van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening. Zo is in Kroatië volgens eiseres sprake van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Eiseres wijst op haar persoonlijke ervaringen in Kroatië. Nadat de Kroatische politie haar uit de vrachtwagen heeft gehaald waarmee zij Kroatië was binnengereisd, is eiseres vanwege haar geaardheid en genderidentiteit door de Kroatische politie afgezonderd, geïntimideerd, beledigd, uitgescholden, geslagen, betast, in haar maag geschopt en heeft één van de politieagenten op haar hoofd gestaan. Eiseres wijst verder op de brandbrief van Stichting LGBT Asylum Support van 26 maart 2024 waaruit volgt dat vergelijkbare situaties zich voordoen richting vreemdelingen met een LHBTI-achtergrond. Eiseres wijst ook op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 5 april 2024 en merkt op dat niet van haar kan worden verlangd dat zij zich bij dezelfde autoriteiten meldt om te klagen of te vragen op bescherming. Daarnaast maakt Kroatië zich volgens haar schuldig aan mensenrechtenschendingen en pushbacks, waarbij er aanwijzingen zijn dat pushbacks ook plaatsvinden bij Dublinclaimanten omdat er ook voorvallen zijn in het grensgebied en het binnenland. Verder zijn de opvangvoorzieningen overvol en voldoen deze niet aan de voorwaarden. Ook voert eiseres aan dat zij vanwege haar geaardheid en genderidentiteit bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Tarakhel-arrest . Eiseres heeft sinds twee maanden gesprekken bij een psycholoog van GZA. De staatssecretaris dient te waarborgen dat eiseres in Kroatië de benodigde zorg- en opvangvoorzieningen zal verkrijgen. Uit informatie van de Swiss Refugee Council van 2021 volgt dat opvangcentra in Kroatië geen onderscheid maken tussen gewone en bijzonder kwetsbare vreemdelingen en er blijkt een gebrek aan psychologische hulp. Uit het AIDA-rapport update 2022 volgt dat Medicins du Monde (die medische en psychische zorg in opvangcentra in Kroatië verleent) tijdelijk de activiteiten in de opvangcentra heeft moeten stopzetten vanwege een gebrek aan financiering. Zonder nader onderzoek naar de systematische tekortkomingen kan de staatssecretaris niet stellen dat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Eiseres vreest bij een overdracht voor indirect refoulement. Daarnaast is volgens eiseres sprake van bijzondere, individuele omstandigheden waardoor een overdracht leidt tot onevenredige hardheid. Eiseres is in Kroatië onrechtmatig behandeld en gediscrimineerd door de Kroatische politie vanwege haar geaardheid en genderidentiteit. De gebeurtenissen in Kroatië hebben geleid tot psychische problemen waardoor niet van eiseres kan worden verlangd dat zij terugkeert naar Kroatië, aldus eiseres. De asielaanvraag in Kroatië 7. De rechtbank stelt vast dat uit (het referentienummer bij) de Eurodac-registratie volgt dat eiseres op 20 december 2023 in Kroatië een asielaanvraag heeft ingediend. Dit volgt ook uit het claimakkoord van de Kroatische autoriteiten. De rechtbank ziet in de enkele stelling van eiseres dat zij niet op de hoogte was van de strekking van de door haar ondertekende documenten en zij bewust is misleid, onvoldoende grond voor het oordeel dat aldaar geen rechtsgeldige asielaanvraag is gedaan. Daar komt bij dat niet in geschil is dat eiseres kort daarvoor op illegale wijze Kroatië is binnengereisd, zodat ook op grond daarvan Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel 8.1 De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat de staatssecretaris ten opzichte van Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit beginsel betekent dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat de andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM , het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht zullen behandelen. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken indien eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Kroatië dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU-Handvest. 8.2 De Afdeling heeft in de uitspraak van 13 september 2023 geoordeeld dat de staatssecretaris ten aanzien van Kroatië voor Dublinclaimanten van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dat heeft de Afdeling recent herhaald in onder meer de uitspraak van 19 juni 2024 . 8.3 Naar het oordeel van de rechtbank stelt de staatssecretaris zich terecht op het standpunt dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd, geen aanleiding vormt om van het oordeel van de Afdeling van 13 september 2023 af te wijken. Eiseres heeft wat betreft het functioneren van het asiel- en opvangsysteem in Kroatië als geheel, geen informatie uit openbare bronnen aangevoerd, waaruit volgt dat dit systeem inmiddels niet meer aan de daaraan te stellen eisen zou voldoen. Voor zover eiseres in algemene zin heeft verwezen naar pushback-praktijken, is dit reeds betrokken in voormelde rechtspraak van de Afdeling. Bovendien zal eiseres bij een overdracht aan Kroatië in het kader van de Dublinverordening gereguleerd aan de autoriteiten worden overgedragen, waardoor ook daarom niet aannemelijk is dat zij te maken zal krijgen met pushbacks. 8.4 De gestelde persoonlijke ervaringen van eiseres in Kroatië leiden niet tot een ander oordeel ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelt vast dat eiseres in het aanmeldgehoor op de vraag of zij persoonlijke problemen in Kroatië heeft ondervonden, uitsluitend heeft verklaard dat zij werd gediscrimineerd door de politie en dat toen de politie zag dat zij homo was, zij werd geslagen en afgezonderd. Eerst een dag voor de zitting in beroep heeft zij gesteld te zijn behandeld zoals onder rechtsoverweging 6 is weergegeven. Deze verklaringen over die behandeling heeft eiseres niet op enigerlei wijze onderbouwd. Evenmin heeft zij hierover beklag gedaan bij de Kroatische autoriteiten. De staatssecretaris heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat uit deze verklaringen niet volgt dat ten aanzien van Kroatië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Nu uit algemene informatie niet volgt dat Kroatië zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt, mag van eiseres worden verwacht dat zij zich bij eventuele problemen wendt tot de daartoe aangewezen instanties in Kroatië, dan wel bij de (hogere) Kroatische autoriteiten. 8.5 De brandbrief van Stichting LGBT Asylum Support van 26 maart 2024 leidt evenmin tot een ander oordeel. De in deze brief weergegeven verklaringen zijn niet nader onderbouwd, onduidelijk is wanneer de daarin gestelde gebeurtenissen plaatsvonden, in hoeverre hierover bij de Kroatische autoriteiten is geklaagd en het lijkt ook niet om Dublinclaimanten te gaan. De brief vormt daarom naar het oordeel van de rechtbank geen grond voor het oordeel dat in algemene zin niet meer van het asiel- en opvangsysteem in Kroatië kan worden uitgegaan en dat eiseres bij eventuele problemen niet zou kunnen klagen bij de (hogere) Kroatische autoriteiten of dat dat voor haar onmogelijk of bij voorbaat zinloos is. 8.6 Verder is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij vanwege haar geaardheid en genderidentiteit behoort tot een kwetsbare groep als bedoeld in het arrest Tarakhel. Uit dit arrest volgt niet dat eiseres enkel vanwege haar geaardheid of genderidentiteit behoort tot een groep kwetsbare personen en eiseres valt evenmin onder de in artikel 21 van de Opvangrichtlijn genoemde kwetsbaren. Zoals hiervoor overwogen is ook niet met algemene informatie over Kroatië aannemelijk gemaakt dat eiseres als zodanig moet worden aangemerkt. Evenmin volgt uit de door eiseres overgelegde medische informatie een dergelijke kwetsbaarheid. Uit het patiëntendossier blijkt weliswaar dat eiseres zich bij GZA heeft gemeld vanwege psychische klachten, maar deze zijn niet van dien aard dat eiseres als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd. Eiseres heeft ook geen nadere onderbouwing overgelegd van bijvoorbeeld een specialistische behandelaar. De rechtbank betrekt verder dat de Afdeling in voormelde uitspraak van 19 juni 2024 heeft geoordeeld dat in Kroatië (weer) adequate psychische zorg beschikbaar is. De staatssecretaris heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien om Kroatië om aanvullende garanties te vragen. 8.7 Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank eiseres eveneens niet in de beroepsgrond dat zij een risico loopt op indirect refoulement. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023 volgt dat de rechtbank zich niet mag uitlaten over indirect refoulement als zij al heeft geconcludeerd dat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Bijzondere, individuele omstandigheden 9. Eiseres stelt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Kroatië getuigt van onevenredige hardheid. Voor zover eiseres heeft verwezen naar wat zij stelt wat haar in Kroatië is overkomen en haar medische situatie, verwijst de rechtbank naar wat hiervoor hierover is overwogen. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat de staatssecretaris gehouden was om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L.M. Celie, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 ECLI:NL:RBDHA:2024:4834 ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712 Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2023:3411 ECLI:NL:RVS:2024:2484 ECLI:EU:C:2023:934

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...