Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:16799

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-10-16
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.35847
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.453 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag en de oplegging van een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod (10 jaar). De minister heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat eisers persoonlijke gedrag een actuele bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De minister heeft geen kenbare beoordeling gemaakt van het persoonlijk gedrag van eiser waarbij is ingegaan op de aard en de ernst van het strafbare feit en de actualiteit van zijn gedrag. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat het inreisverbod geen strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM. Motiveringsgebreken. Vovo is toegewezen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.35847 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedag] , van Colombiaanse nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] , (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister (gemachtigde: A.A. Wildeboer). Procesverloop Bij besluit van 7 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.35846. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 2 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,00 en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; - veroordeelt de minister in het proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,00. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...