ECLI:NL:RVS:2026:2942
Raad van State · 2026-05-26 · Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluiten van 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Materiële kern
BRS.26.002283 ECLI:NL:RVS:2026:2942 Datum uitspraak: 26 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 10 april 2026 in zaken nrs. NL25.44971 en NL25.44972 in het geding tussen: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en de minister. Procesverloop Bij besluiten van 15 april 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 april 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. De beoordeling van de grief vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Koelman, griffier. w.g. Stoové voorzieningenrechter w.g. Koelman griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026 1021